Kelime Bilgisi
1962 kelime · sayfa 29 / 79
jaarlijksA1
yıllık
Er is jaarlijks een buurtfeest.
jaloersA2
kıskanç
Hij is een beetje jaloers op zijn broer.
de jamA1
reçel
Ik eet brood met jam.
jammerA2
yazık
Wat jammer dat je niet naar het feest kunt komen.
januariA1
ocak
Mijn cursus begint in januari.
jarigA1
doğum günü olan
Mijn zoon is vandaag jarig.
de jasA1
ceket
Doe je jas aan, het is koud.
jawelA2
evet (karşı çıkarak)
Je hebt je huiswerk niet gemaakt. Jawel, het is af!
jongA1
genç
Zij is nog heel jong.
de jongenA1
erkek çocuk
Die jongen is mijn zoon.
de journalistA2
gazeteci
De journalist sprak met meerdere getuigen.
juistA2
doğru, isabetli
Kies het juiste antwoord uit de lijst.
juliA1
temmuz
In juli gaan we op vakantie.
juniA1
haziran
In juni beginnen de examens.
de jurkA1
elbise
Ze kocht een nieuwe jurk voor het feest.
de kaarsA1
mum
Op tafel brandt een kaars.
de kaartA1
kart; harita
Ik stuur haar een kaart voor haar verjaardag.
het kaartjeA2
bilet
Ik heb mijn kaartje al gekocht.
de kaasA1
peynir
Nederlandse kaas is bekend in de wereld.
het kabinetA2
kabine
Het nieuwe kabinet is deze week beëdigd.
de kachelA1
soba
Zet de kachel wat hoger.
de kalenderA2
takvim
Ik zet je verjaardag op de kalender in de keuken.
de kamA1
tarak
Mag ik je kam even lenen?
de kamerA1
oda
Mijn kamer is niet zo groot.
meclis
De Tweede Kamer stemt volgende week over de wet.
het kanaalA2
kanal (su yolu)
Het kanaal verbindt twee rivieren.

