Je EigenRoute
GirişKayıt ol

Kelime Bilgisi

1962 kelime · sayfa 25 / 79

  • hebbenA1düzensiz

    had · hadden · hebben gehad

    sahip olmak

    Wij hebben twee kinderen.


    (bitmiş zaman yardımcı fiili)

    Ik heb de brief gisteren al geschreven.

  • heelA1

    çok; bütün

    Het is heel warm vandaag.

  • heenA2

    gidiş

    Ik heb een kaartje heen en terug gekocht.

  • de heerA2

    beyefendi (resmî)

    Geachte heer, hierbij reageer ik op uw advertentie.

  • heerlijkA2

    nefis, harika

    De soep van mijn moeder smaakt heerlijk.

  • heetA2

    sıcak (çok)

    Pas op, de thee is nog heel heet.

  • het hekA1

    çit, kapı (bahçe)

    Doe het hek achter je dicht.

  • helaasA2

    maalesef

    Helaas kan ik niet komen.

  • de heleboelA2

    bir sürü

    Ik heb nog een heleboel werk te doen.

  • helemaalA2

    tamamen

    Ik ben de afspraak bij de tandarts helemaal vergeten.

  • de helftA1

    yarısı

    De helft van de klas was ziek.

  • helpenA1düzensiz

    hielp · hielpen · hebben geholpen

    yardım etmek

    Kun je me even helpen?

  • de hemelA2

    gökyüzü; cennet

    Vannacht is de hemel helder en zie je veel sterren.

  • de herfstA1

    sonbahar

    In de herfst waait het vaak hard.

  • de herhalingA2

    tekrar

    Volgende week is er een herhaling van de grammatica.

  • zich herinnerenA2dönüşlü

    herinnerde · hebben herinnerd

    hatırlamak

    Ik herinner me haar naam niet meer.

  • herkennenA2

    herkende · hebben herkend

    tanımak, fark etmek

    Ik herkende hem meteen.

  • de hersenenA1

    beyin

    Slaap is belangrijk voor je hersenen.

  • het herstelA2

    iyileşme

    Beterschap en een goed herstel!

  • hetenA1düzensiz

    heette · heetten · hebben geheten

    adı olmak

    Hoe heet jij?

  • de heupA1

    kalça

    Mijn oma heeft een nieuwe heup.

  • hierA1

    burada

    Ik woon hier al drie jaar.

  • hoeA1

    nasıl

    Hoe gaat het met je?

  • de hoedA2

    şapka

    In de zon draagt mijn opa altijd een hoed.

  • de hoekA1

    köşe

    De bakker zit om de hoek.