Je EigenRoute
GirişKayıt ol

Kelime Bilgisi

3981 kelime · sayfa 139 / 160

  • het verkeerB1

    trafik

    Het verkeer is druk in de spits.

  • het verkeersbordB1

    trafik levhası

    Let op het verkeersbord.

  • de verkeersdeelnameB1

    trafiğe katılım

    Veilige verkeersdeelname begint bij opletten.

  • de verkeersdeelnemerB1

    trafik katılımcısı

    Elke verkeersdeelnemer moet opletten.

  • de verkeersdrempelB2

    hız kesici

    De verkeersdrempel remt het verkeer af.

  • de verkeersdrukteB1

    trafik yoğunluğu

    Door de verkeersdrukte kwam ik te laat.

  • de verkeersinformatieB1

    trafik bilgisi

    Check de verkeersinformatie voor je vertrekt.

  • het verkeerslichtA2

    trafik ışığı

    Sla linksaf bij het verkeerslicht.

  • het verkeersongevalB1

    trafik kazası

    Door een verkeersongeval was de weg afgesloten.

  • het verkeersplanB1

    trafik planı

    De gemeente presenteerde een nieuw verkeersplan.

  • de verkeersregelB1

    trafik kuralı

    Fietsers moeten zich ook aan de verkeersregels houden.

  • de verkeerssituatieB1

    trafik durumu

    Let goed op de verkeerssituatie.

  • de verkeersstroomB1

    trafik akışı

    De verkeersstroom wordt met camera's gemeten.

  • de verkeersveiligheidB1

    trafik güvenliği

    De gemeente investeert in verkeersveiligheid.

  • de verkiezingA2

    seçim (oylama)

    De verkiezingen zijn over twee maanden.

  • de verkiezingenB2

    seçimler

    De verkiezingen zijn in maart.

  • de verkiezingsuitslagB2

    seçim sonucu

    De verkiezingsuitslag verraste veel analisten.

  • de verklaringB2

    ifade; açıklama

    De getuige legde een verklaring af bij de politie.

  • het verkleinwoordB2

    küçültme biçimi

    Een verkleinwoord krijgt altijd 'het'.

  • de verkoopB1

    satış

    De verkoop van elektrische auto's stijgt snel.

  • de verkoopprijsB2

    satış fiyatı

    De uiteindelijke verkoopprijs lag hoger.

  • de verkoperA2

    satıcı

    De verkoper hielp me met de maat.

  • de verkoudheidA2

    nezle

    Een verkoudheid duurt meestal een week.

  • het verlangenB2

    özlem, arzu

    Hij had een sterk verlangen naar huis.

  • het verledenB1

    geçmiş

    In het verleden woonden hier vooral boeren.