Je EigenRoute
GirişKayıt ol

Kelime Bilgisi

444 kelime · sayfa 12 / 18

  • reparerenA2

    repareerde · hebben gerepareerd

    tamir etmek

    Kun jij mijn fiets morgen voor me repareren?

  • reserverenB1

    reserveerde · hebben gereserveerd

    rezerve etmek

    Je moet vooraf een plaats reserveren.

  • retournerenA2

    retourneerde · hebben geretourneerd

    iade etmek

    Je kunt het binnen 14 dagen retourneren.

  • zich richtenA1dönüşlü

    richtte · hebben gericht

    hitap etmek, odaklanmak

    De cursus richt zich op beginners.

  • rijdenA2düzensiz

    reed · reden · hebben/zijn gereden

    araç sürmek, gitmek

    Hij rijdt elke dag naar zijn werk.

  • roepenA1düzensiz

    riep · riepen · hebben geroepen

    seslenmek

    Roep me als je klaar bent.

  • roerenA2

    roerde · hebben geroerd

    karıştırmak

    Blijf roeren tot de saus dik wordt.

  • rokenB1

    rookte · hebben gerookt

    sigara içmek

    Roken is hier niet toegestaan.

  • ruikenA2düzensiz

    rook · roken · hebben geroken

    kokmak, koklamak

    Het ruikt hier lekker.

  • ruilenA2

    ruilde · hebben geruild

    değiştirmek

    Kan ik deze jas ruilen?

  • samenlevenB1ayrılabilir

    leefde samen · hebben samengeleefd

    birlikte yaşamak

    Samenleven met verschillende culturen vraagt inzet.

  • samenwerkenB1ayrılabilir

    werkte samen · hebben samengewerkt

    birlikte çalışmak

    We moeten beter samenwerken.

  • zich schamenB1dönüşlü

    schaamde · hebben geschaamd

    utanmak

    Hij schaamde zich voor zijn fout.

  • schattenB1

    schatte · hebben geschat

    tahmini hesaplamak

    Ik schat dat de reparatie tweehonderd euro kost.

  • scheidenA1düzensiz

    scheidde · scheidden · zijn gescheiden

    boşanmak

    Mijn ouders zijn gescheiden.

  • schoonmakenA2ayrılabilir

    maakte schoon · hebben schoongemaakt

    temizlemek

    Op zaterdag maak ik het huis schoon.

  • schrijvenA1düzensiz

    schreef · schreven · hebben geschreven

    yazmak

    Schrijf je naam op het formulier.

  • scorenA2

    scoorde · hebben gescoord

    gol atmak

    Hij scoorde in de laatste minuut het winnende doelpunt.

  • slaanB1düzensiz

    sloeg · sloegen · hebben geslagen

    vurmak

    Je mag een kind nooit slaan.

  • slagenB1

    slaagde · zijn geslaagd

    geçmek

    Zij is voor het examen geslaagd.


    başarılı olmak, iyi gitmek

    De operatie is helemaal geslaagd.

  • slapenA1düzensiz

    sliep · sliepen · hebben geslapen

    uyumak

    Ik heb slecht geslapen.

  • sluitenA1düzensiz

    sloot · sloten · hebben gesloten

    kapatmak

    De deur sluit automatisch.

  • snappenA2

    snapte · hebben gesnapt

    anlamak (gündelik)

    Ik snap niet wat de docent bedoelt.

  • snijdenA2düzensiz

    sneed · sneden · hebben gesneden

    kesmek

    Snijd de groente in kleine stukjes.

  • solliciterenB1

    solliciteerde · hebben gesolliciteerd

    iş başvurusu yapmak

    Ik heb op drie vacatures gesolliciteerd.