Kelime Bilgisi
89 kelime · sayfa 2 / 4
de weekA1
hafta
Deze week werk ik thuis.
de weekdagA1
hafta içi gün
Op weekdagen sta ik vroeg op.
het weekendA1
hafta sonu
In het weekend werk ik niet.
het weerA1
hava
Het weer verandert hier snel.
yine, tekrar
Hij is weer te laat op zijn werk gekomen.
de wegA1
yol
Deze weg gaat naar het centrum.
weggaanA2ayrılabilirdüzensiz
ging weg · gingen weg · zijn weggegaan
gitmek, ayrılmak
Wanneer ga je weg?
weggooienA2ayrılabilir
gooide weg · hebben weggegooid
atmak
Gooi het oude papier weg.
weinigA1
az
Ik heb weinig tijd.
wekelijksA1
haftalık
De les is wekelijks op dinsdag.
welA1
ama, aslında (vurgu)
Ik heb geen auto, maar wel een fiets.
welkeA1
hangi
Welke bus moet ik nemen?
welkomA1
hoş geldiniz
Welkom bij ons thuis!
wennenA2
wende · zijn gewend
alışmak
Ik moet nog wennen aan het Nederlandse weer.
de wensA2
dilek
Mijn grootste wens is een eigen huis.
wensenA2
wenste · hebben gewenst
dilemek
Wij wensen u veel beterschap.
de wereldA1
dünya
Nederlandse kaas is bekend in de hele wereld.
het werkA1
iş
Ik ga om acht uur naar mijn werk.
de werkafspraakA2
iş anlaşması
We maken hierover een werkafspraak.
het werkbriefjeA2
mesai kâğıdı
Lever je werkbriefje op vrijdag in.
de werkdagA2
iş günü
Het was een lange werkdag.
werkenA1
werkte · hebben gewerkt
çalışmak
Zij werkt in een ziekenhuis.
çalışmak (cihaz)
De lift werkt vandaag niet.
de werkgeverA2
işveren
Mijn werkgever betaalt de cursus.
de werkinstructieA2
iş talimatı
Lees de werkinstructie goed door.
de werkomgevingA2
çalışma ortamı
Ik heb een prettige werkomgeving.
het werkplanA2
çalışma planı
We maken eerst een werkplan.

