Kelime Bilgisi
13 kelime · sayfa 1 / 1
vaakA1
sık sık
Ik ga vaak met de fiets.
vanavondA1
bu akşam
Vanavond blijf ik thuis.
vandaagA1
bugün
Vandaag is het mooi weer.
vandaanA2
nereden
Waar kom jij eigenlijk vandaan, uit welk land?
vanmiddagA1
bu öğleden sonra
Vanmiddag heb ik een afspraak.
vanmorgenA1
bu sabah
Vanmorgen was het erg koud.
vannachtA1
bu gece; dün gece
Vannacht heeft het in het hele land gesneeuwd.
verA1
uzak
Is het nog ver?
vooralA1
özellikle
Ik oefen vooral spreken.
voorbijA2
geçti, bitti
De zomer is weer veel te snel voorbij.
voortaanA2
bundan böyle
Voortaan doen we het anders.
vooruitA2
ileri
Met je Nederlands ga je echt vooruit, goed zo!
vroegerA2
eskiden
Vroeger woonde ik in een dorp.

