Kelime Bilgisi
9 kelime · sayfa 1 / 1
scheidenA1düzensiz
scheidde · scheidden · zijn gescheiden
boşanmak
Mijn ouders zijn gescheiden.
schrijvenA1düzensiz
schreef · schreven · hebben geschreven
yazmak
Schrijf je naam op het formulier.
slapenA1düzensiz
sliep · sliepen · hebben geslapen
uyumak
Ik heb slecht geslapen.
sluitenA1düzensiz
sloot · sloten · hebben gesloten
kapatmak
De deur sluit automatisch.
snijdenA2düzensiz
sneed · sneden · hebben gesneden
kesmek
Snijd de groente in kleine stukjes.
sprekenA1düzensiz
sprak · spraken · hebben gesproken
konuşmak
Spreekt u Nederlands?
springenA1düzensiz
sprong · sprongen · hebben/zijn gesprongen
zıplamak
Hij sprong over de sloot.
staanA1düzensiz
stond · stonden · hebben gestaan
durmak
De auto staat voor het huis.
yazmak, yazılı olmak
In de e-mail staat dat de cursus in september begint.
stelenA2düzensiz
stal · stalen · hebben gestolen
çalmak
Iemand heeft gisteren mijn fiets gestolen.

