Kelime Bilgisi
13 kelime · sayfa 1 / 1
scheidenA1düzensiz
scheidde · scheidden · zijn gescheiden
boşanmak
Mijn ouders zijn gescheiden.
schrijvenA1düzensiz
schreef · schreven · hebben geschreven
yazmak
Schrijf je naam op het formulier.
slaanB1düzensiz
sloeg · sloegen · hebben geslagen
vurmak
Je mag een kind nooit slaan.
slapenA1düzensiz
sliep · sliepen · hebben geslapen
uyumak
Ik heb slecht geslapen.
sluitenA1düzensiz
sloot · sloten · hebben gesloten
kapatmak
De deur sluit automatisch.
snijdenA2düzensiz
sneed · sneden · hebben gesneden
kesmek
Snijd de groente in kleine stukjes.
sprekenA1düzensiz
sprak · spraken · hebben gesproken
konuşmak
Spreekt u Nederlands?
springenA1düzensiz
sprong · sprongen · hebben/zijn gesprongen
zıplamak
Hij sprong over de sloot.
staanA1düzensiz
stond · stonden · hebben gestaan
durmak
De auto staat voor het huis.
yazmak, yazılı olmak
In de e-mail staat dat de cursus in september begint.
stekenB1düzensiz
stak · staken · hebben gestoken
sokmak; sokmak (koymak)
Pas op, die bijen kunnen steken.
stelenA2düzensiz
stal · stalen · hebben gestolen
çalmak
Iemand heeft gisteren mijn fiets gestolen.
stervenB1düzensiz
stierf · stierven · zijn gestorven
ölmek
Veel bomen sterven door de droge zomers.
stijgenB1düzensiz
steeg · stegen · zijn gestegen
yükselmek, artmak
De prijzen van boodschappen stijgen elk jaar.

