Kelime Bilgisi
48 kelime · sayfa 1 / 2
de maagA1
mide
Ik heb last van mijn maag.
de maandA1
ay
Volgende maand ga ik op vakantie.
de maandagA1
pazartesi
Op maandag begin ik om negen uur.
maandelijksA1
aylık
De huur betaal je maandelijks.
maarA1
ama
Ik wil komen, maar ik heb geen tijd.
maartA1
mart
De cursus start in maart.
makenA1
maakte · hebben gemaakt
yapmak, imal etmek
Zij maakt een taart voor het feest.
makkelijkA1
kolay
Deze oefening is makkelijk.
de mamaA1
anne (anneciğim)
Mama, mag ik vanmiddag bij mijn vriendin spelen?
de manA1
adam
Die man werkt in de winkel.
koca
Haar man haalt de kinderen van school.
de manierA1
yol, yöntem
Dat is een handige manier om te oefenen.
het matrasA1
yatak (şilte)
Dit matras is te zacht voor mij.
meeA1
beraber, birlikte (gelmek)
Ga je vanavond mee naar de bioscoop?
het meelA1
un
Voor dit recept heb je meel nodig.
meerA1
daha çok
Ik heb meer tijd nodig.
het meer
göl
In de zomer zwemmen we in het meer.
meesteA1
çoğu
De meeste mensen komen met de fiets.
meiA1
mayıs
Mijn verjaardag is in mei.
het meisjeA1
kız çocuk
Het meisje speelt buiten.
meldenA1
meldde · hebben gemeld
bildirmek
U moet een verhuizing melden bij de gemeente.
de melkA1
süt
Wil je melk in je koffie?
de meneerA1
bey, beyefendi
Goedemorgen meneer, kan ik u ergens mee helpen?
de mensA1
insan
Hij is een aardig mens.
de mensenA1
insanlar
Er waren veel mensen op het feest.
het mesA1
bıçak
Dit mes is niet scherp.
metA1
ile
Ik ga met de fiets.

