Kelime Bilgisi
12 kelime · sayfa 1 / 1
het jaarA1
yıl
Een jaar heeft twaalf maanden.
de jaaropgaveB1
yıllık gelir belgesi
Bewaar je jaaropgave voor de belastingaangifte.
de jamA1
reçel
Ik eet brood met jam.
januariA1
ocak
Mijn cursus begint in januari.
de jasA1
ceket
Doe je jas aan, het is koud.
de jeugdB1
gençlik, çocukluk
In mijn jeugd speelde ik altijd buiten op straat.
de jongenA1
erkek çocuk
Die jongen is mijn zoon.
de journalistA2
gazeteci
De journalist sprak met meerdere getuigen.
het jubileumB1
yıl dönümü
De vereniging viert haar vijftigjarig jubileum.
juliA1
temmuz
In juli gaan we op vakantie.
juniA1
haziran
In juni beginnen de examens.
de jurkA1
elbise
Ze kocht een nieuwe jurk voor het feest.

