Kelime Bilgisi
11 kelime · sayfa 1 / 1
de familieA1
aile
Mijn familie komt zondag eten.
het familiebezoekA1
aile ziyareti
Zondag hebben we familiebezoek.
het familielidA1
aile üyesi
Er komt een familielid op bezoek.
februariA1
şubat
In februari is het meestal koud.
het feestA1
parti
Zaterdag is er een feest.
het feitA1
olgu
Scheid feiten van meningen.
fietsenA1
fietste · hebben/zijn gefietst
bisiklete binmek
Ik fiets elke dag naar school.
de filmA1
film
We kijken vanavond een film.
de flesA1
şişe
Er staat een fles wijn op tafel.
de fotoA1
fotoğraf
Dit is een foto van mijn familie.
de foutA1
hata; yanlış
Ik heb een fout gemaakt.

