Kelime Bilgisi
24 kelime · sayfa 1 / 1
de factuurA2
fatura
De factuur moet binnen 14 dagen betaald worden.
de familieA1
aile
Mijn familie komt zondag eten.
het familiebezoekA1
aile ziyareti
Zondag hebben we familiebezoek.
het familielidA1
aile üyesi
Er komt een familielid op bezoek.
de fanA2
hayran, taraftar
Mijn zoon is een grote fan van deze voetballer.
februariA1
şubat
In februari is het meestal koud.
het feestA1
parti
Zaterdag is er een feest.
het feitA1
olgu
Scheid feiten van meningen.
het festivalA2
festival
Elke zomer is er een festival in het park.
de fietsA2
bisiklet
In Nederland gaat bijna iedereen met de fiets.
de fietsenstallingA2
bisiklet parkı
Zet je fiets in de fietsenstalling.
de fietserA2
bisikletli
Let goed op de fietser als je rechts afslaat.
de fietspompA2
bisiklet pompası
Heb je een fietspomp voor me?
de fietsrouteA2
bisiklet rotası
Deze fietsroute gaat door het bos.
het fietsslotA2
bisiklet kilidi
Vergeet je fietsslot niet.
de fietsverhuurA2
bisiklet kiralama
Bij het station is een fietsverhuur.
de filmA1
film
We kijken vanavond een film.
de flesA1
şişe
Er staat een fles wijn op tafel.
het flesjeA2
küçük şişe
Neem een flesje water mee.
de fotoA1
fotoğraf
Dit is een foto van mijn familie.
de foutA1
hata; yanlış
Ik heb een fout gemaakt.
het fruitA2
meyve
Op mijn werk staat altijd fruit.
de functieA2
pozisyon
In welke functie werk je?
de functietitelA2
unvan
Wat is je functietitel precies?

