Kelime Bilgisi
103 kelime · sayfa 1 / 5
de baanA2
pozisyon, iş
Zij heeft een nieuwe baan gevonden.
şerit; parkur
Op de snelweg is de rechter baan afgesloten.
de baardA2
sakal
Mijn broer heeft sinds de zomer een baard.
de baasA2
patron
Mijn baas is vandaag afwezig.
de babyA1
bebek
De baby slaapt nu.
de badkamerA1
banyo
De badkamer is boven.
de badkuipA2
küvet
In deze badkamer staat geen badkuip.
de bagageA2
bagaj
Laat je bagage niet alleen achter.
de bakkerA2
fırıncı
Ik haal brood bij de bakker.
de balA1
top
De kinderen spelen met een bal in de tuin.
de balieA2
danışma bankosu
U kunt uw pakket ophalen bij de balie.
het balkonA2
balkon
Op het balkon staan planten.
de banaanA1
muz
Wil je een banaan?
de bandA2
lastik
Mijn band is lek.
de bankA2
banka
Ik heb een rekening bij deze bank.
kanepe; bank (oturak)
We zitten 's avonds samen op de bank te lezen.
de bankrekeningA2
banka hesabı
Je hebt een bankrekening nodig voor je salaris.
de basisschoolA2
ilkokul
Mijn dochter zit in groep vijf van de basisschool.
het basketbalA2
basketbol
Op dinsdag speel ik basketbal met mijn vrienden.
de batterijA1
pil
De batterij is leeg.
het bedA1
yatak
Ik ga vroeg naar bed.
het bedragA2
tutar
Het bedrag staat onderaan de rekening.
het bedrijfA1
şirket
Zij werkt bij een groot bedrijf.
de bedrijfskledingA2
iş kıyafeti
De bedrijfskleding krijg je van je werkgever.
de bedrijfsregelsA2
şirket kuralları
Lees de bedrijfsregels op je eerste werkdag.
het bedrijfsuitjeA2
şirket gezisi
Volgende maand is het bedrijfsuitje.
het beenA1
bacak
Hij heeft zijn been gebroken.

