المفردات
235 كلمة · صفحة 7 من 10
toespraakB2
خطاب
Zijn toespraak duurde twintig minuten.
toestaanA2
يسمح
Honden zijn hier niet toegestaan.
toestemmingB1
إذن
Je hebt toestemming nodig van de gemeente.
toetsB1
اختبار
Morgen hebben we een toets.
toetsafnameB2
إجراء الاختبار
De toetsafname gebeurt op de computer.
toetsenbordB2
لوحة المفاتيح
Het Nederlandse toetsenbord wijkt iets af.
toetsingB2
التقييم
De toetsing gebeurt aan het eind van elk blok.
toetsresultaatB1
نتيجة الاختبار
Het toetsresultaat viel me mee.
toetsvormB1
شكل الاختبار
Welke toetsvorm gebruiken ze bij dit examen?
toetsvraagB1
سؤال الاختبار
Elke toetsvraag telt even zwaar.
toetsweekB1
أسبوع الاختبارات
Volgende maand is de toetsweek.
toezeggingB2
تعهد
De toezegging staat zwart op wit.
toezichthouderB2
الجهة الرقابية
De toezichthouder legde een boete op.
toiletA1
مرحاض
Waar is het toilet?
tolerantieB2
تسامح
Tolerantie wordt vaak als Nederlandse waarde genoemd.
tolkB2
مترجم فوري
Bij het gesprek was een tolk aanwezig.
tolwegB2
طريق برسوم
In Frankrijk rijd je vaak over een tolweg.
tomaatA1
طماطم
Doe een tomaat in de salade.
toneelB2
المسرح
Zij staat al twintig jaar op het toneel.
toneelmeesterB2
مدير خشبة المسرح
De toneelmeester regelt alles achter de schermen.
toneelstukB2
مسرحية
Het toneelstuk gaat over een gezin in oorlogstijd.
tongA1
لسان
Steek uw tong uit, zegt de dokter.
toonB1
نبرة
Zijn toon was nogal onvriendelijk.
toonhoogteB2
طبقة الصوت
Bij een vraag gaat de toonhoogte omhoog.
toonzettingB2
نبرة النص
De toonzetting van de brief was streng.

