المفردات
235 كلمة · صفحة 3 من 10
teamoverlegB1
اجتماع الفريق
Het teamoverleg is op dinsdagochtend.
teamsportB1
رياضة جماعية
Voetbal is de bekendste teamsport.
teamvergaderingA2
اجتماع الفريق
De teamvergadering is elke maandag.
technologieB2
تكنولوجيا
Nieuwe technologie verandert de arbeidsmarkt.
teenA1
إصبع القدم
Ik stootte mijn teen tegen de tafel.
tegelijkA2
في الوقت نفسه
Praat niet allemaal tegelijk.
tegenargumentB2
حجة مضادة
Op dat tegenargument had hij geen antwoord.
tegensprekenB2
يناقض
Die cijfers spreken elkaar tegen.
tegenstellingB2
تناقض، تباين
Er zit een tegenstelling in zijn verhaal.
tegenvallerB2
خسارة غير متوقعة
De rekening van de tandarts was een flinke tegenvaller.
tegenwerpingB2
اعتراض
Hij had op elke tegenwerping een antwoord.
tegenwoordigA2
في الوقت الحاضر
Tegenwoordig werk ik vaker thuis.
tegoedA2
رصيد متبقٍ
Er staat nog tegoed op mijn kaart.
tekenenA2
يرسم
Mijn dochter tekent graag.
tekstopbouwB2
بنية النص
Let op de tekstopbouw van je betoog.
tekstschrijverB2
كاتب نصوص
De tekstschrijver werkt freelance.
tekstsoortB2
نوع النص
Elke tekstsoort heeft eigen conventies.
telefonischB2
هاتفياً
U krijgt telefonisch bericht.
telefoonA1
هاتف
Mijn telefoon is leeg.
telefoonabonnementB2
اشتراك الهاتف
Mijn telefoonabonnement loopt maandelijks af.
telefoonafspraakB1
موعد هاتفي
We maken een telefoonafspraak voor donderdag.
telefoongesprekB1
مكالمة هاتفية
Na het telefoongesprek was alles duidelijk.
telefoonnotitieB2
مذكرة مكالمة
Ik heb een telefoonnotitie op je bureau gelegd.
teleurgesteldA2
خائب الأمل
Hij was teleurgesteld in het resultaat.
teleurstellendB2
مخيّب للآمال
De opkomst was teleurstellend.

