المفردات
260 كلمة · صفحة 8 من 11
koolhydraatB2
كربوهيدرات
Brood bestaat vooral uit koolhydraten.
koopgedragB2
سلوك الشراء
Het koopgedrag van consumenten is veranderd.
koopjeA2
صفقة رابحة
Die jas was echt een koopje.
koopkrachtB2
القوة الشرائية
De koopkracht van huishoudens is gedaald.
koopkrachtcijferB2
مؤشر القوة الشرائية
De koopkrachtcijfers zijn omstreden.
koopkrachtdalingB2
تراجع القوة الشرائية
De koopkrachtdaling treft huurders het hardst.
koopkrachtontwikkelingB2
تطور القوة الشرائية
De koopkrachtontwikkeling was dit jaar negatief.
koopkrachtverliesB2
فقدان القوة الشرائية
Door inflatie ontstaat koopkrachtverlies.
koopmarktB2
سوق شراء المساكن
Op de koopmarkt overbieden starters elkaar.
koopovereenkomstB2
عقد الشراء
De koopovereenkomst is schriftelijk vastgelegd.
koopwoningB2
مسكن مملوك
Een koopwoning is voor starters onbereikbaar.
koortsA2
حمى
Het kind heeft koorts.
kopenA1
يشتري
Ik koop brood bij de bakker.
kopieerapparaatB2
آلة نسخ
Het kopieerapparaat staat op de gang.
kopjeA1
فنجان
Wil je een kopje thee?
koppigB2
عنيد
Hij is te koppig om zijn fout toe te geven.
koppigheidB2
العناد
Zijn koppigheid maakte het gesprek lastig.
koptekstB2
العنوان الرئيسي
De koptekst dekt de lading niet.
korfbalB2
الكورفبول
Korfbal wordt gemengd gespeeld.
kortA1
قصير
Het was maar een korte pauze.
kortingA2
خصم
Er is deze week korting op groente.
kortingsactieA2
حملة تخفيضات
Er loopt een kortingsactie tot zondag.
kortingsbonA2
قسيمة خصم
Ik heb nog een kortingsbon.
kortingscodeA2
رمز الخصم
Vul de kortingscode in bij het afrekenen.
kortingskaartA2
بطاقة خصم
Met een kortingskaart reis je goedkoper.

