Woordenschat
Filters
Onderwerpen
5046 woorden · pagina 42 van 202
doktersassistentB2
doctor's assistant
De doktersassistent maakt de afspraken.
doktersbezoekB1
doctor's visit
Na het doktersbezoek voelde ik me gerustgesteld.
domineeB2
minister, pastor
De dominee sprak bij de uitvaart.
donateurB2
donor
De stichting heeft vijfduizend donateurs.
donatieB2
donation
De organisatie leeft van donaties.
donderdagA1
Thursday
De les is op donderdagavond.
dooiB2
thaw
Na de dooi kwamen er gaten in de weg.
doorA1
through; by
We liepen door het park.
doordatB2
because (cause)
Doordat de trein uitviel, kwam zij te laat.
doorgevenB1
to pass on
Kun je dat aan je collega doorgeven?
doorgroeienB2
to advance, to grow (in a career)
Binnen dit bedrijf kun je snel doorgroeien.
doorschakelenB2
to put through
Ik schakel u door naar mijn collega.
doorstaanB2
to endure, to get through
Hij heeft een zware periode doorstaan.
doorstroomB2
progression (to next stage)
De doorstroom naar het hoger onderwijs is gestegen.
doorverbindenB1
to put through (a call)
Ik verbind u door met de juiste afdeling.
doorverwijzenB1
to refer on
De huisarts verwees mij door naar het ziekenhuis.
doorverwijzingB2
referral
Zonder doorverwijzing kom je er niet binnen.
doorvragenB2
to probe with follow-up questions
Door goed door te vragen kwam de waarheid boven.
doorzettingskrachtB2
staying power
Zonder doorzettingskracht haal je dit examen niet.
doosA1
box
De boeken zitten in een doos.
dorpA1
village
Zij komt uit een klein dorp.
dorpshuisB2
village hall
Het dorpshuis is het hart van de gemeenschap.
dorpskernB2
village centre
De winkels staan in de dorpskern.
dorpslevenB2
village life
Het dorpsleven draait om de vereniging.
dorstA1
thirst
Heb je dorst?

