EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

423 woorden · pagina 11 van 17

  • sportprestatieB1

    sports performance

    Zijn sportprestaties zijn indrukwekkend.

  • sportschoolB1

    gym

    Ik ga drie keer per week naar de sportschool.

  • sportuitrustingB1

    sports gear

    Neem je eigen sportuitrusting mee.

  • sportveldB1

    sports field

    Achter de school ligt een sportveld.

  • sportverenigingB2

    sports club

    Bijna elk dorp heeft een sportvereniging.

  • sportverslagB2

    sports report

    Hij schrijft sportverslagen voor een regionale krant.

  • spotB2

    mockery

    Hij dreef de spot met zijn eigen fouten.

  • sprakeloosB2

    speechless

    Het nieuws maakte ons sprakeloos.

  • spreekangstB2

    fear of speaking

    Veel cursisten hebben last van spreekangst.

  • spreekbeurtB1

    oral presentation

    Mijn dochter houdt morgen een spreekbeurt.

  • spreekkamerB1

    consulting room

    De dokter roept u zo in de spreekkamer.

  • spreekmomentB1

    speaking slot

    Elke les is er een spreekmoment per cursist.

  • spreeknormB2

    speech norm

    De spreeknorm verschilt per situatie.

  • spreekoefeningB1

    speaking exercise

    We doen elke les een spreekoefening.

  • spreekopdrachtB2

    speaking task

    Bij de spreekopdracht krijg je dertig seconden bedenktijd.

  • spreekstijlB2

    speaking style

    Zijn spreekstijl is rustig en helder.

  • spreektaalB1

    spoken language

    In spreektaal zeg je dat korter.

  • spreektempoB1

    speaking pace

    Zijn spreektempo ligt erg hoog.

  • spreekuurA2

    consultation hours

    Het spreekuur is van negen tot elf.

  • spreekvaardigheidB1

    speaking skill

    Mijn spreekvaardigheid is zwakker dan mijn leesvaardigheid.

  • spreekwoordB2

    proverb

    Dat is een bekend Nederlands spreekwoord.

  • spreidingB2

    diversification

    Spreiding verkleint je risico.

  • sprekenA2

    to speak

    Spreekt u Nederlands?

  • springenA1

    to jump

    Hij sprong over de sloot.

  • springtijB2

    spring tide

    Bij springtij is het verschil het grootst.