Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
4140 palabras · página 96 de 166
ontmoetingsplekB1
lugar de encuentro
Het buurthuis is een belangrijke ontmoetingsplek.
ontroerendB2
conmovedor
Het was een ontroerend afscheid.
ontroeringB2
emoción, conmoción
Zijn woorden wekten ontroering bij het publiek.
ontslagB2
despido, dimisión
Hij heeft zelf ontslag genomen.
ontslagbriefB2
informe de alta
De ontslagbrief gaat naar je huisarts.
ontslagprocedureB2
procedimiento de despido
De ontslagprocedure is wettelijk vastgelegd.
ontslagvergoedingB2
indemnización por despido
De ontslagvergoeding werd in één keer uitbetaald.
ontspanningB1
relajación
Lezen is voor mij pure ontspanning.
ontspanningsoefeningB2
ejercicio de relajación
Doe elke avond een ontspanningsoefening.
ontvangerB1
destinatario
De ontvanger van de brief was verhuisd.
ontvangstbevestigingB2
acuse de recibo
U krijgt binnen twee dagen een ontvangstbevestiging.
ontwerpB2
diseño
Het ontwerp won een prijs.
ontwerperB2
diseñador
De ontwerper koos voor strakke lijnen.
ontwikkelingB1
desarrollo
Er is ruimte voor persoonlijke ontwikkeling.
ontwikkelingshulpB2
ayuda al desarrollo
Er is bezuinigd op ontwikkelingshulp.
ontzagB2
respeto reverencial
Hij had ontzag voor haar kennis.
ontzettingB2
consternación
Het nieuws werd met ontzetting ontvangen.
ontzuilingB2
despilarización
De ontzuiling begon in de jaren zestig.
onverschilligheidB2
indiferencia
Zijn onverschilligheid stoorde iedereen.
onvoltooidB2
imperfecto
De onvoltooid verleden tijd gebruik je voor verhalen.
onzekerB2
inseguro
In het begin voelde ze zich onzeker.
onzekerheidB2
inseguridad
Zijn onzekerheid verdween na een paar weken.
oogA1
ojo
Er zit iets in mijn oog.
oogartsA2
oftalmólogo
De huisarts stuurde mij naar de oogarts.
oogcontactB2
contacto visual
Oogcontact maken hoort bij een sollicitatie.

