Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
4140 palabras · página 64 de 166
inzetbaarheidB2
empleabilidad
Bijscholing vergroot je inzetbaarheid.
ironieB2
ironía
De ironie in zijn opmerking ontging haar.
irrigatieB2
riego
Zonder irrigatie groeit hier weinig.
irritatieB2
irritación
Zijn opmerking wekte irritatie op.
iso-normB2
norma ISO
Het bedrijf werkt volgens een iso-norm.
isolatieA2
aislamiento
Betere isolatie verlaagt de energierekening.
isolatieglasB2
vidrio aislante
Isolatieglas scheelt flink op de rekening.
isolatiegraadB2
grado de aislamiento
De isolatiegraad van oude huizen is laag.
isolatiemateriaalB2
material aislante
Goed isolatiemateriaal verlaagt de energierekening.
isolatieplaatB2
panel aislante
De isolatieplaten gaan onder het dak.
isolatorB2
aislante
Rubber werkt als isolator.
isolementB2
aislamiento
Sociaal isolement is slecht voor de gezondheid.
jaarA1
año
Ik woon hier al drie jaar.
jaarafrekeningB2
liquidación anual
Bij de jaarafrekening krijg je geld terug of moet je bijbetalen.
jaaropgaveB1
certificado anual de ingresos
Bewaar je jaaropgave voor de belastingaangifte.
jaarrekeningB2
cuentas anuales
De jaarrekening wordt in mei gepubliceerd.
jaloersA2
celoso, envidioso
Hij is een beetje jaloers op zijn broer.
jaloezieB2
celos
Jaloezie is zelden een goede raadgever.
jamA1
mermelada
Ik eet brood met jam.
januariA1
enero
Mijn cursus begint in januari.
jargonB2
jerga
Vermijd jargon als je publiek breed is.
jasA1
abrigo
Doe je jas aan, het is koud.
jeugdzorgB2
protección a la infancia
De jeugdzorg kent lange wachtlijsten.
jongenA1
chico
Die jongen is mijn zoon.
journalistB2
periodista
De journalist sprak met meerdere getuigen.

