Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

634 palabras · página 4 de 26

  • bereidenA2

    bereidde · hebben bereid

    preparar

    Dit gerecht is makkelijk te bereiden.

  • bereikenA1

    bereikte · hebben bereikt

    alcanzar; contactar

    Je kunt mij het beste per mail bereiken.

  • berustenB2

    berustte · hebben berust

    resignarse

    Uiteindelijk berustte hij in de situatie.

  • beschermenB1

    beschermde · hebben beschermd

    proteger

    Zonnebrandcrème beschermt je huid tegen de zon.

  • beschouwenB2

    beschouwde · hebben beschouwd

    considerar

    Ik beschouw hem als een goede vriend.

  • beschrijvenB1irregular

    beschreef · beschreven · hebben beschreven

    describir

    Kunt u beschrijven hoe de man eruitzag?

  • beslissenB1

    besliste · hebben beslist

    decidir (elegir)

    Je moet zelf beslissen welke opleiding je kiest.

  • besluitenA2irregular

    besloot · besloten · hebben besloten

    decidir

    We hebben besloten te verhuizen.

  • besprekenB1irregular

    besprak · bespraken · hebben besproken

    discutir

    Dat bespreken we morgen in de vergadering.

  • bestaanA1irregular

    bestond · bestonden · hebben bestaan

    existir

    Zo'n regel bestaat hier niet.

  • bestedenB1

    besteedde · hebben besteed

    gastar, dedicar

    Hoeveel geld besteed jij per maand aan boodschappen?

  • bestellenA2

    bestelde · hebben besteld

    pedir

    Zullen we pizza bestellen?

  • bestrijdenB2irregular

    bestreed · bestreden · hebben bestreden

    rebatir

    Hij bestrijdt die conclusie met cijfers.

  • betalenA1

    betaalde · hebben betaald

    pagar

    Kan ik met pin betalen?

  • betekenenA1

    betekende · hebben betekend

    significar

    Wat betekent dit woord?

  • betogenB2

    betoogde · hebben betoogd

    argumentar

    De auteur betoogt dat het anders moet.

  • betreffenB2irregular

    betrof · betroffen · hebben betroffen

    referirse a, tratarse de

    Deze brief betreft uw aanvraag voor huurtoeslag.

  • betrekkenB2irregular

    betrok · betrokken · hebben betrokken

    involucrar

    De gemeente wil de bewoners bij het plan betrekken.

  • betreurenB2

    betreurde · hebben betreurd

    lamentar

    Wij betreuren deze beslissing.

  • bevattenB1

    bevatte · hebben bevat

    contener

    Deze snoepjes bevatten erg veel suiker en kleurstof.

  • bevestigenB1

    bevestigde · hebben bevestigd

    confirmar

    Kunt u de afspraak per mail bevestigen?

  • zich bevindenB2reflexivoirregular

    bevond · bevonden · hebben bevonden

    encontrarse, estar situado

    De ingang bevindt zich aan de achterkant van het gebouw.

  • bewarenA2

    bewaarde · hebben bewaard

    guardar

    Bewaar deze brief goed.

  • bewegenB1irregular

    bewoog · bewogen · hebben bewogen

    moverse, hacer ejercicio

    Probeer elke dag genoeg te bewegen.

  • bewerenA2

    beweerde · hebben beweerd

    afirmar

    Hij beweert dat hij niets wist.