Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
253 palabras · página 4 de 11
glutenvrijB2
sin gluten
Dit brood is glutenvrij.
goedkoopA2
barato
Deze winkel is vrij goedkoop.
gratisA2
gratis
De eerste les is gratis.
grijzendB2
encanecido
Een man met grijzend haar.
groenA1
verde
Het licht is groen, je mag gaan.
halfA1
medio
Het is half acht.
handigA1
práctico
Dat is een handige app.
hardA1
duro; fuerte
Het bed is te hard.
hoogA1
alto
Dat gebouw is heel hoog.
hooggespannenB2
muy alto (expectativas)
De verwachtingen waren hooggespannen.
hoopvolB2
esperanzador
De eerste resultaten zijn hoopvol.
hypocrietB2
hipócrita
Ik vind die kritiek nogal hypocriet.
implicietB2
implícito
De kritiek was impliciet, maar duidelijk.
indrukwekkendB2
impresionante
De tentoonstelling was indrukwekkend.
informeelB2
informal
In een informele mail mag je 'je' gebruiken.
inkomensafhankelijkB2
en función de la renta
De toeslag is inkomensafhankelijk.
jarigA1
que cumple años
Mijn zoon is vandaag jarig.
jongA1
joven
Zij is nog heel jong.
kalendB2
que se está quedando calvo
Hij is licht kalend.
kennelijkB2
evidentemente
Hij had de vraag kennelijk niet begrepen.
klaarA2
listo
Het eten is klaar.
klaarblijkelijkB2
manifiestamente
Hij had klaarblijkelijk haast.
klantgerichtB1
orientado al cliente
Wij werken klantgericht.
kleinA1
pequeño
Mijn kamer is klein maar gezellig.
klimaatbestendigB2
resiliente al clima
Steden moeten klimaatbestendig worden ingericht.

