Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
4140 palabras · página 161 de 166
woonadresA2
domicilio
Geef je nieuwe woonadres door aan de gemeente.
wooncomplexB2
complejo residencial
Het wooncomplex telt honderd appartementen.
woonkamerA1
salón
De woonkamer is het grootst.
woonlastenB1
gastos de vivienda
De woonlasten zijn dit jaar flink gestegen.
woonoverlastB2
molestias vecinales
Bij woonoverlast kun je de verhuurder inschakelen.
woonruimteA2
espacio habitable
Woonruimte is in deze stad schaars.
woordA1
palabra
Ik ken dit woord nog niet.
woordaccentB2
acento de la palabra
Het woordaccent kan de betekenis veranderen.
woordenboekA2
diccionario
Zoek het woord op in het woordenboek.
woordenschatB2
vocabulario
Voor B2 heb je een brede woordenschat nodig.
woordgebruikB2
uso del léxico
Zijn woordgebruik is opvallend formeel.
woordgrapB2
juego de palabras
Een woordgrap is bijna niet te vertalen.
woordkeuzeB1
elección de palabras
Let op je woordkeuze in een formele brief.
woordvoerderB2
portavoz
De woordvoerder gaf geen commentaar.
woordvolgordeB2
orden de las palabras
In een bijzin verandert de woordvolgorde.
worstA1
salchicha
Bij de slager kocht ik worst.
wortelA1
zanahoria
Doe de wortels in de soep.
wrokB2
rencor
Zij koestert geen wrok tegen haar oude werkgever.
yoghurtA1
yogur
Ik eet yoghurt bij het ontbijt.
zaagB2
sierra
Met deze zaag gaat het sneller.
zaaigoedB2
semilla para siembra
Het zaaigoed komt uit eigen oogst.
zachtA1
blando, suave
Dit kussen is lekker zacht.
zakA1
bolsillo; bolsa
Mijn sleutels zitten in mijn zak.
zalfA2
pomada
Smeer deze zalf twee keer per dag op de wond.
zalmB2
salmón
Zalm trekt de rivier op om te paaien.

