Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
4140 palabras · página 125 de 166
sportmassageB2
masaje deportivo
Na de wedstrijd volgt een sportmassage.
sportprestatieB1
rendimiento deportivo
Zijn sportprestaties zijn indrukwekkend.
sportschoolB1
gimnasio
Ik ga drie keer per week naar de sportschool.
sportuitrustingB1
equipamiento deportivo
Neem je eigen sportuitrusting mee.
sportveldB1
campo deportivo
Achter de school ligt een sportveld.
sportverenigingB2
club deportivo
Bijna elk dorp heeft een sportvereniging.
sportverslagB2
reportaje deportivo
Hij schrijft sportverslagen voor een regionale krant.
spotB2
burla
Hij dreef de spot met zijn eigen fouten.
sprakeloosB2
sin palabras
Het nieuws maakte ons sprakeloos.
spreekangstB2
miedo a hablar
Veel cursisten hebben last van spreekangst.
spreekbeurtB1
exposición oral
Mijn dochter houdt morgen een spreekbeurt.
spreekkamerB1
consulta (sala)
De dokter roept u zo in de spreekkamer.
spreekmomentB1
turno de palabra
Elke les is er een spreekmoment per cursist.
spreeknormB2
norma oral
De spreeknorm verschilt per situatie.
spreekoefeningB1
ejercicio de expresión oral
We doen elke les een spreekoefening.
spreekopdrachtB2
tarea de expresión oral
Bij de spreekopdracht krijg je dertig seconden bedenktijd.
spreekstijlB2
estilo al hablar
Zijn spreekstijl is rustig en helder.
spreektaalB1
lengua hablada
In spreektaal zeg je dat korter.
spreektempoB1
velocidad al hablar
Zijn spreektempo ligt erg hoog.
spreekuurA2
horas de consulta
Het spreekuur is van negen tot elf.
spreekvaardigheidB1
expresión oral
Mijn spreekvaardigheid is zwakker dan mijn leesvaardigheid.
spreekwoordB2
refrán
Dat is een bekend Nederlands spreekwoord.
spreidingB2
diversificación
Spreiding verkleint je risico.
springtijB2
marea viva
Bij springtij is het verschil het grootst.
sproetenB2
pecas
In de zomer krijgt zij sproeten.

