Vocabulario
Filtros2
Secciones
Categorías gramaticales
308 palabras · página 6 de 13
verkleinwoordB2
diminutivo
Een verkleinwoord krijgt altijd 'het'.
verkoopprijsB2
precio de venta
De uiteindelijke verkoopprijs lag hoger.
verkoperA2
vendedor
De verkoper hielp me met de maat.
verkoudheidA2
resfriado
Een verkoudheid duurt meestal een week.
verlangenB2
anhelo
Hij had een sterk verlangen naar huis.
verlegenheidB2
timidez
Zijn verlegenheid verdwijnt zodra hij over werk praat.
verliefdheidB2
enamoramiento
De eerste verliefdheid duurt zelden lang.
verlofB2
permiso, baja
Hij heeft ouderschapsverlof opgenomen.
verlofdagB1
día libre
Ik neem morgen een verlofdag op.
verloofdA1
prometido
Ze zijn sinds vorige maand verloofd.
verloskundigeB2
matrona
De verloskundige komt aan huis.
verlovingB2
compromiso matrimonial
De verloving werd op het feest bekendgemaakt.
vermogenB2
patrimonio
Het vermogen is ongelijker verdeeld dan het inkomen.
vermogensbeheerB2
gestión de patrimonio
Zij besteedt haar vermogensbeheer uit.
vermogensbelastingB2
impuesto sobre el patrimonio
Over de vermogensbelasting wordt fel gediscussieerd.
vermogensongelijkheidB2
desigualdad patrimonial
De vermogensongelijkheid is groter dan de inkomensongelijkheid.
vermogensopbouwB2
acumulación patrimonial
Een eigen huis draagt bij aan vermogensopbouw.
veronderstellingB2
suposición
Die veronderstelling blijkt onjuist.
verontwaardigingB2
indignación
Het besluit leidde tot veel verontwaardiging.
verouderingB2
envejecimiento
Veroudering van het lichaam begint eerder dan je denkt.
verpakkingA2
envase
De verpakking is van karton.
verpleegafdelingB2
unidad de hospitalización
Op de verpleegafdeling gelden vaste bezoektijden.
verpleeghuisB1
residencia asistida
Zijn moeder woont sinds vorig jaar in een verpleeghuis.
verpleegkundigeA2
enfermero
De verpleegkundige komt zo bij u.
verplegingB1
enfermería
De verpleging op deze afdeling is goed.

