Vocabulario
Filtros2
Secciones
Categorías gramaticales
182 palabras · página 6 de 8
toetsweekB1
semana de exámenes
Volgende maand is de toetsweek.
toezeggingB2
compromiso verbal
De toezegging staat zwart op wit.
toezichthouderB2
organismo supervisor
De toezichthouder legde een boete op.
toiletA1
aseo
Waar is het toilet?
tolerantieB2
tolerancia
Tolerantie wordt vaak als Nederlandse waarde genoemd.
tolkB2
intérprete
Bij het gesprek was een tolk aanwezig.
tolwegB2
autopista de peaje
In Frankrijk rijd je vaak over een tolweg.
tomaatA1
tomate
Doe een tomaat in de salade.
toneelB2
escena, teatro
Zij staat al twintig jaar op het toneel.
toneelmeesterB2
jefe de escena
De toneelmeester regelt alles achter de schermen.
toneelstukB2
obra de teatro
Het toneelstuk gaat over een gezin in oorlogstijd.
tongA1
lengua
Steek uw tong uit, zegt de dokter.
toonB1
tono
Zijn toon was nogal onvriendelijk.
toonhoogteB2
tono (altura)
Bij een vraag gaat de toonhoogte omhoog.
toonzettingB2
tono del texto
De toonzetting van de brief was streng.
topsportB2
deporte de élite
Topsport vraagt jarenlange toewijding.
toptariefB2
tipo impositivo máximo
Het toptarief bedraagt bijna vijftig procent.
touwA1
cuerda
Bind de doos vast met touw.
traditieB1
tradición
Sinterklaas is een Nederlandse traditie.
trailerB2
tráiler
De trailer verklapt te veel.
trainingsschemaB2
plan de entrenamiento
Hij volgt een strak trainingsschema.
tramA2
tranvía
Neem tram 4 naar het centrum.
trambaanB2
vía del tranvía
Loop niet over de trambaan.
transitievergoedingB2
indemnización de transición
Iedereen heeft recht op een transitievergoeding.
transparantieB2
transparencia
Er wordt meer transparantie van techbedrijven gevraagd.

