Vocabulario
183 palabras · página 6 de 8
de toezichthouderB2
organismo supervisor
De toezichthouder legde een boete op.
het toiletA1
aseo
Waar is het toilet?
de tolerantieB2
tolerancia
Tolerantie wordt vaak als Nederlandse waarde genoemd.
de tolkB2
intérprete
Bij het gesprek was een tolk aanwezig.
de tolwegB2
autopista de peaje
In Frankrijk rijd je vaak over een tolweg.
de tomaatA1
tomate
Doe een tomaat in de salade.
het toneelB2
escena, teatro
Zij staat al twintig jaar op het toneel.
de toneelmeesterB2
jefe de escena
De toneelmeester regelt alles achter de schermen.
het toneelstukB2
obra de teatro
Het toneelstuk gaat over een gezin in oorlogstijd.
de tongA1
lengua
Steek uw tong uit, zegt de dokter.
de toonA2
tono
Zijn toon was nogal onvriendelijk.
de toonbankB1
mostrador (de tienda)
De verkoper legt het brood op de toonbank.
de toonhoogteB2
tono (altura)
Bij een vraag gaat de toonhoogte omhoog.
de toonzettingB2
tono del texto
De toonzetting van de brief was streng.
de topB1
cima, cumbre
Na drie uur lopen stonden we op de top.
de topsportB2
deporte de élite
Topsport vraagt jarenlange toewijding.
het toptariefB2
tipo impositivo máximo
Het toptarief bedraagt bijna vijftig procent.
het touwA1
cuerda
Bind de doos vast met touw.
de traditieB1
tradición
Sinterklaas is een Nederlandse traditie.
de trailerB2
tráiler
De trailer verklapt te veel.
de trainerA2
entrenador
De trainer van het voetbalteam is heel streng.
de trainingA2
entrenamiento; formación
Op woensdag heb ik training bij de hockeyclub.
het trainingsschemaB2
plan de entrenamiento
Hij volgt een strak trainingsschema.
de tramA2
tranvía
Neem tram 4 naar het centrum.
de trambaanB2
vía del tranvía
Loop niet over de trambaan.

