Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

182 palabras · página 2 de 8

  • taaltoetsA2

    prueba de idioma

    Voor de cursus doe je eerst een taaltoets.

  • taalvaardigheidB1

    competencia lingüística

    Je taalvaardigheid gaat snel vooruit.

  • taalvariatieB2

    variación lingüística

    Taalvariatie tussen regio's is normaal.

  • taartA1

    tarta

    Op mijn verjaardag maak ik een taart.

  • tabletB2

    comprimido

    Neem twee tabletten per dag.

  • tafelA1

    mesa

    Het eten staat op tafel.

  • takenlijstA2

    lista de tareas

    Ik werk mijn takenlijst af.

  • takenpakketB1

    conjunto de tareas

    Mijn takenpakket is dit jaar uitgebreid.

  • tandA1

    diente

    Er is een tand afgebroken.

  • tandartsA2

    dentista

    Ik ga twee keer per jaar naar de tandarts.

  • tandenborstelA1

    cepillo de dientes

    Vergeet je tandenborstel niet.

  • tanteA1

    tía

    Mijn tante komt op bezoek.

  • tapijtA2

    alfombra

    We hebben een nieuw tapijt gelegd.

  • tasA1

    bolso

    Mijn tas staat naast de stoel.

  • tastzinB2

    tacto

    De tastzin in zijn vingers is verminderd.

  • tatoeageB2

    tatuaje

    Een tatoeage laten verwijderen is duur.

  • taxatieB2

    tasación

    De bank eist een taxatie van de woning.

  • taxiA2

    taxi

    We namen een taxi naar het hotel.

  • teambuildingB2

    creación de equipo

    De middag stond in het teken van teambuilding.

  • teamgeestB1

    espíritu de equipo

    De teamgeest is hier goed.

  • teamleiderB1

    jefe de equipo

    Vraag het even aan de teamleider.

  • teamoverlegB1

    reunión de equipo

    Het teamoverleg is op dinsdagochtend.

  • teamsportB1

    deporte de equipo

    Voetbal is de bekendste teamsport.

  • teamvergaderingA2

    reunión de equipo

    De teamvergadering is elke maandag.

  • technologieB2

    tecnología

    Nieuwe technologie verandert de arbeidsmarkt.