Vocabulario
Filtros2
Secciones
Categorías gramaticales
363 palabras · página 9 de 15
spoedhulpB2
atención de urgencia
Bij spoedhulp telt elke minuut.
sponsoringB2
patrocinio
De club leeft van sponsoring.
sponsorloopB2
carrera patrocinada
De school hield een sponsorloop.
spontaniteitB2
espontaneidad
Zijn spontaniteit maakt hem geliefd.
spoorlijnB1
línea ferroviaria
De spoorlijn wordt volgend jaar vernieuwd.
sportB1
deporte
Welke sport doe jij?
sportabonnementB1
abono deportivo
Mijn sportabonnement loopt per maand.
sportartsB2
médico deportivo
De sportarts bepaalt wanneer hij weer mag spelen.
sportevenementB1
evento deportivo
Het sportevenement trekt duizenden bezoekers.
sportkantineB1
cantina del club
Na de wedstrijd zitten we in de sportkantine.
sportlesB1
clase de deporte
De sportles begint om zeven uur.
sportmassageB2
masaje deportivo
Na de wedstrijd volgt een sportmassage.
sportprestatieB1
rendimiento deportivo
Zijn sportprestaties zijn indrukwekkend.
sportschoolB1
gimnasio
Ik ga drie keer per week naar de sportschool.
sportuitrustingB1
equipamiento deportivo
Neem je eigen sportuitrusting mee.
sportveldB1
campo deportivo
Achter de school ligt een sportveld.
sportverenigingB2
club deportivo
Bijna elk dorp heeft een sportvereniging.
sportverslagB2
reportaje deportivo
Hij schrijft sportverslagen voor een regionale krant.
spotB2
burla
Hij dreef de spot met zijn eigen fouten.
sprakeloosB2
sin palabras
Het nieuws maakte ons sprakeloos.
spreekangstB2
miedo a hablar
Veel cursisten hebben last van spreekangst.
spreekbeurtB1
exposición oral
Mijn dochter houdt morgen een spreekbeurt.
spreekkamerB1
consulta (sala)
De dokter roept u zo in de spreekkamer.
spreekmomentB1
turno de palabra
Elke les is er een spreekmoment per cursist.
spreeknormB2
norma oral
De spreeknorm verschilt per situatie.

