Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

363 palabras · página 8 de 15

  • spaarzegelB2

    sello de puntos

    Voor tien spaarzegels krijg je een glas.

  • spanningB2

    tensión

    Er hing spanning in de kamer.

  • sparB2

    abeto

    De spar blijft ook 's winters groen.

  • specerijB2

    especia

    Kaneel is een specerij.

  • specialisatieB2

    especialización

    Zijn specialisatie is arbeidsrecht.

  • specialismeB2

    especialidad médica

    Voor dit specialisme is de wachttijd lang.

  • specialistB1

    especialista

    De huisarts verwees mij naar een specialist.

  • speeltuinB1

    parque infantil

    De kinderen spelen in de speeltuin.

  • spelletjeB1

    juego

    Zullen we een spelletje doen?

  • spellingB2

    ortografía

    Let bij het schrijfexamen op je spelling.

  • spellingregelB2

    regla ortográfica

    Deze spellingregel kent veel uitzonderingen.

  • spelregelB1

    regla del juego

    Leg de spelregels eerst uit.

  • spiegelA1

    espejo

    Er hangt een spiegel in de gang.

  • spierA1

    músculo

    Na het sporten doen mijn spieren pijn.

  • spierkrachtB2

    fuerza muscular

    Met krachttraining behoud je spierkracht.

  • spierscheuringB2

    desgarro muscular

    Met een spierscheuring lig je maanden stil.

  • spierweefselB2

    tejido muscular

    Bij te weinig eiwit verlies je spierweefsel.

  • spijsverteringB2

    digestión

    Beweging helpt de spijsvertering.

  • spijtB2

    arrepentimiento

    Ik heb spijt van die opmerking.

  • spijtgevoelB2

    sensación de arrepentimiento

    Achteraf hield hij een spijtgevoel over.

  • spinazieA1

    espinaca

    Spinazie zit vol ijzer.

  • spitsB1

    hora punta

    Reis liever buiten de spits.

  • spitsuurB1

    hora punta

    Vermijd het spitsuur als het kan.

  • spoedA2

    urgencia

    Bij spoed belt u dit nummer.

  • spoedgevalB1

    caso de urgencia

    Bij een spoedgeval belt u 112.