Vocabulario
361 palabras · página 6 de 15
de slagB2
golpe; batalla
Na de vakantie ga ik meteen weer aan de slag.
de slagaderB2
arteria
De slagader vervoert zuurstofrijk bloed.
de slagerA2
carnicería
Bij de slager is het vlees beter.
de slapeloosheidB2
insomnio
Slapeloosheid komt vaak door stress.
het slavernijverledenB2
pasado esclavista
De stad bood excuses aan voor het slavernijverleden.
de sleutelA2
llave
Ik ben mijn sleutel kwijt.
het sleutelbeenB2
clavícula
Het sleutelbeen breekt vaak bij fietsers.
het sleutelbosA1
manojo de llaves
Mijn sleutelbos ligt op de kast.
de sleuteloverdrachtB2
entrega de llaves
De sleuteloverdracht is op 1 juli.
de sloganB2
eslogan
Iedereen kent die slogan.
de slootB2
zanja
Langs het weiland loopt een sloot.
het slotB1
cerradura
Doe de deur altijd op slot als je weggaat.
para terminar (tot slot)
Tot slot wil ik iedereen bedanken voor zijn komst.
de sluisB2
esclusa
Het schip wacht voor de sluis.
de smaakA2
sabor
De smaak is een beetje zoet.
de smaakzinB2
sentido del gusto
De smaakzin verandert met de leeftijd.
de smartphoneB2
teléfono inteligente
Vrijwel iedereen heeft een smartphone.
het smeltpuntB2
punto de fusión
IJzer heeft een hoog smeltpunt.
de smogB2
esmog
Bij warm weer ontstaat sneller smog.
de snackA2
tentempié
Neem een gezonde snack mee.
de sneeuwB1
nieve
In Nederland valt weinig sneeuw.
de snelheidB1
velocidad
De maximale snelheid op deze weg is tachtig.
de snelheidslimietB1
límite de velocidad
Binnen de bebouwde kom geldt een snelheidslimiet van 30.
de snelwegA2
autopista
Op de snelweg mag je honderd.
de snijplankA2
tabla de cortar
Snijd de groente op de snijplank.
het snoepA1
dulces
Kinderen eten te veel snoep.

