Vocabulario
Filtros2
Secciones
Categorías gramaticales
363 palabras · página 5 de 15
serveersterB2
camarera
De serveerster nam onze bestelling op.
serverB2
servidor
De gegevens staan op een server in Nederland.
servetA2
servilleta
Er liggen servetten op tafel.
servicedeskB2
mostrador de servicio
Meld de storing bij de servicedesk.
servicekostenA2
gastos de comunidad
De servicekosten komen boven op de huur.
serviceniveauB2
nivel de servicio
Het afgesproken serviceniveau wordt niet gehaald.
shirtA1
camisa
Hij draagt een wit shirt.
signaalwoordB2
palabra señal
'Daarentegen' is een signaalwoord voor tegenstelling.
significantB2
significativo
Het verschil is statistisch significant.
simkaartB2
tarjeta SIM
De simkaart past niet in dit toestel.
sinaasappelA1
naranja
Ik pers elke ochtend een sinaasappel.
sinterklaasB2
fiesta de San Nicolás
Sinterklaas is vooral een kinderfeest.
situatieA2
situación
Leg de situatie even uit.
slaA1
lechuga
Er ligt sla in de koelkast.
slaapA1
sueño
Ik heb te weinig slaap gehad.
slaapgebrekA2
falta de sueño
Door slaapgebrek kan ik me slecht concentreren.
slaapkamerA1
dormitorio
Wij hebben twee slaapkamers.
slaapkwaliteitB2
calidad del sueño
Schermgebruik verslechtert de slaapkwaliteit.
slaapmiddelB2
somnífero
Een slaapmiddel is geen langetermijnoplossing.
slaapritmeB2
ritmo del sueño
Nachtdiensten verstoren je slaapritme.
slachtofferB2
víctima
Het slachtoffer is aanspreekbaar.
slagaderB2
arteria
De slagader vervoert zuurstofrijk bloed.
slagerA2
carnicería
Bij de slager is het vlees beter.
slankB2
delgado
Zij is lang en slank.
slapeloosheidB2
insomnio
Slapeloosheid komt vaak door stress.

