Vocabulario
361 palabras · página 3 de 15
de schoolgidsA2
guía escolar
In de schoolgids staan alle regels.
de schoolloopbaanB2
trayectoria escolar
Zijn schoolloopbaan verliep zonder problemen.
het schoolrapportA2
boletín de notas
Het schoolrapport komt in juli.
de schoolreisB2
excursión escolar
De schoolreis gaat dit jaar naar een museum.
de schooltijdA2
horario escolar
Na schooltijd gaan de kinderen naar de opvang.
de schooluitvalB2
abandono escolar
De gemeente wil de schooluitval terugdringen.
de schoolvakantieA2
vacaciones escolares
In de schoolvakantie zijn de lessen vrij.
de schoondochterA1
nuera
Onze schoondochter komt uit Spanje.
het schoonmaakbedrijfB2
empresa de limpieza
Het schoonmaakbedrijf werkt voor drie scholen.
het schoonmaakmiddelA2
producto de limpieza
Dit schoonmaakmiddel werkt goed op tegels.
de schoonmakerB2
limpiador
De schoonmaker komt na sluitingstijd.
de schoonmoederA1
suegra
Mijn schoonmoeder komt zondag eten.
de schoonvaderA1
suegro
Mijn schoonvader helpt vaak in de tuin.
de schoonzoonA1
yerno
Haar schoonzoon werkt in de bouw.
de schoonzusA1
cuñada
Mijn schoonzus komt uit Italië.
de schoorsteenA1
chimenea
Uit de schoorsteen komt rook.
de schouderA1
hombro
Mijn schouder doet pijn.
de schouwburgB2
teatro municipal
De schouwburg staat aan het plein.
het schriftA2
cuaderno
Schrijf de nieuwe woorden in je schrift.
het schriftelijkB1
escrito
Het examen bestaat uit een schriftelijk deel.
de schrijfopdrachtB2
tarea de expresión escrita
De schrijfopdracht vraagt om een formele brief.
de schrijfstijlB1
estilo de escritura
Zijn schrijfstijl is helder en kort.
de schrijftaalB1
lengua escrita
Schrijftaal is formeler dan spreektaal.
de schrijfvaardigheidB1
expresión escrita
Schrijfvaardigheid oefen je door veel te schrijven.
de schrijverA2
escritor
Deze schrijver heeft al tien romans geschreven.

