Vocabulario
Filtros2
Secciones
Categorías gramaticales
211 palabras · página 7 de 9
opsporingB2
investigación policial
De opsporing van de daders duurde maanden.
opstroomB2
promoción a un nivel superior
Opstroom naar een hoger niveau komt weinig voor.
optredenB1
actuación; actuar
De band treedt zaterdag op.
opvallendB2
llamativo
Het is een opvallend gebouw.
opvliegendB2
irascible
Hij heeft een opvliegend karakter.
opvolgerB2
sucesor
Zijn opvolger begint in mei.
opwarmingB2
calentamiento
De opwarming van de aarde gaat door.
opwindingB2
emoción, excitación
Er heerste grote opwinding voor de wedstrijd.
opzegbriefB2
carta de baja
Stuur de opzegbrief ruim op tijd.
opzeggingB2
rescisión, aviso de baja
De opzegging moet schriftelijk gebeuren.
opzegtermijnB1
plazo de preaviso
De opzegtermijn is één maand.
oranjeA1
naranja
Het Nederlands elftal speelt in oranje.
ordnerB2
archivador
De facturen zitten in een aparte ordner.
orgaanB2
órgano
De lever is een belangrijk orgaan.
orgaandonatieB2
donación de órganos
Iedereen kan zijn keuze over orgaandonatie vastleggen.
orkaanB2
huracán
De orkaan richtte grote schade aan.
orkestB2
orquesta
Het orkest repeteert elke dinsdag.
oudA1
viejo
Dit is een oud gebouw.
oudedagsvoorzieningB2
previsión para la vejez
Zelfstandigen regelen hun eigen oudedagsvoorziening.
ouderavondB2
reunión de padres
De ouderavond is volgende week dinsdag.
ouderbijdrageB2
aportación de los padres
De ouderbijdrage is vrijwillig.
oudercontactB2
contacto con las familias
Goed oudercontact helpt het kind vooruit.
ouderdomspensioenB2
pensión de jubilación
Het ouderdomspensioen gaat in op je AOW-leeftijd.
ouderenzorgB2
atención a mayores
De ouderenzorg vraagt steeds meer personeel.
oudersA1
padres
Mijn ouders wonen nog in Polen.

