Vocabulario
Filtros2
Secciones
Categorías gramaticales
211 palabras · página 5 de 9
ontzettingB2
consternación
Het nieuws werd met ontzetting ontvangen.
ontzuilingB2
despilarización
De ontzuiling begon in de jaren zestig.
onverschilligheidB2
indiferencia
Zijn onverschilligheid stoorde iedereen.
onvoltooidB2
imperfecto
De onvoltooid verleden tijd gebruik je voor verhalen.
onzekerB2
inseguro
In het begin voelde ze zich onzeker.
onzekerheidB2
inseguridad
Zijn onzekerheid verdween na een paar weken.
oogA1
ojo
Er zit iets in mijn oog.
oogartsA2
oftalmólogo
De huisarts stuurde mij naar de oogarts.
oogcontactB2
contacto visual
Oogcontact maken hoort bij een sollicitatie.
oogdrukB2
presión ocular
Bij de controle wordt de oogdruk gemeten.
oogmetingB2
examen de la vista
Laat elke twee jaar een oogmeting doen.
oogstB1
cosecha
De oogst viel dit jaar tegen.
oogstfeestB2
fiesta de la cosecha
Het oogstfeest is een oude traditie.
ooievaarB2
cigüeña
De ooievaar bouwt zijn nest op een paal.
oomA1
tío
Mijn oom woont in Duitsland.
oorA1
oreja
Mijn oor doet pijn.
oorlogsvoeringB2
conducción de la guerra
Moderne oorlogsvoering is grotendeels digitaal.
oorpijnA2
dolor de oído
Het kind heeft oorpijn.
opaA1
abuelo
Mijn opa vertelt graag verhalen.
opdrachtA2
encargo, tarea
Ik heb deze opdracht van mijn baas gekregen.
opdrachtbevestigingB2
confirmación del encargo
Stuur eerst een opdrachtbevestiging.
opdrachtgeverB2
cliente contratante
De opdrachtgever betaalt binnen dertig dagen.
openbaarvervoerB2
transporte público
Met openbaarvervoer ben je er in een uur.
openhartigheidB2
franqueza
Zijn openhartigheid verraste iedereen.
openluchttheaterB2
teatro al aire libre
In het openluchttheater spelen ze alleen 's zomers.

