Vocabulario
Filtros2
Secciones
Categorías gramaticales
211 palabras · página 4 de 9
onlinecursusB2
curso en línea
Zij volgt een onlinecursus Nederlands.
onlinereputatieB2
reputación en línea
Werkgevers kijken naar je onlinereputatie.
onmachtB2
impotencia
Hij voelde onmacht tegenover de bureaucratie.
onrustB2
inquietud
Het bericht zorgde voor onrust onder bewoners.
ontbijtA2
desayuno
Ik sla het ontbijt nooit over.
ontdaanB2
consternado
Na het ongeluk was hij helemaal ontdaan.
ontevredenheidB2
descontento
De ontevredenheid onder het personeel groeit.
ontgoochelingB2
desilusión
De uitslag was een grote ontgoocheling.
onthechtingB2
desapego
Hij sprak met een zekere onthechting over het verleden.
ontmoetingsplekB1
lugar de encuentro
Het buurthuis is een belangrijke ontmoetingsplek.
ontroerendB2
conmovedor
Het was een ontroerend afscheid.
ontroeringB2
emoción, conmoción
Zijn woorden wekten ontroering bij het publiek.
ontslagB2
despido, dimisión
Hij heeft zelf ontslag genomen.
ontslagbriefB2
informe de alta
De ontslagbrief gaat naar je huisarts.
ontslagprocedureB2
procedimiento de despido
De ontslagprocedure is wettelijk vastgelegd.
ontslagvergoedingB2
indemnización por despido
De ontslagvergoeding werd in één keer uitbetaald.
ontspanningB1
relajación
Lezen is voor mij pure ontspanning.
ontspanningsoefeningB2
ejercicio de relajación
Doe elke avond een ontspanningsoefening.
ontvangerB1
destinatario
De ontvanger van de brief was verhuisd.
ontvangstbevestigingB2
acuse de recibo
U krijgt binnen twee dagen een ontvangstbevestiging.
ontwerpB2
diseño
Het ontwerp won een prijs.
ontwerperB2
diseñador
De ontwerper koos voor strakke lijnen.
ontwikkelingB1
desarrollo
Er is ruimte voor persoonlijke ontwikkeling.
ontwikkelingshulpB2
ayuda al desarrollo
Er is bezuinigd op ontwikkelingshulp.
ontzagB2
respeto reverencial
Hij had ontzag voor haar kennis.

