Vocabulario
Filtros2
Secciones
Categorías gramaticales
18 palabras · página 1 de 1
jaarA1
año
Ik woon hier al drie jaar.
jaarafrekeningB2
liquidación anual
Bij de jaarafrekening krijg je geld terug of moet je bijbetalen.
jaaropgaveB1
certificado anual de ingresos
Bewaar je jaaropgave voor de belastingaangifte.
jaarrekeningB2
cuentas anuales
De jaarrekening wordt in mei gepubliceerd.
jaloersA2
celoso, envidioso
Hij is een beetje jaloers op zijn broer.
jaloezieB2
celos
Jaloezie is zelden een goede raadgever.
jamA1
mermelada
Ik eet brood met jam.
januariA1
enero
Mijn cursus begint in januari.
jargonB2
jerga
Vermijd jargon als je publiek breed is.
jasA1
abrigo
Doe je jas aan, het is koud.
jeugdzorgB2
protección a la infancia
De jeugdzorg kent lange wachtlijsten.
jongenA1
chico
Die jongen is mijn zoon.
journalistB2
periodista
De journalist sprak met meerdere getuigen.
journalistiekB2
periodismo
Onafhankelijke journalistiek is onmisbaar.
jubileumB1
aniversario
De vereniging viert haar vijftigjarig jubileum.
juliA1
julio
In juli gaan we op vakantie.
juniA1
junio
In juni beginnen de examens.
jurkA1
vestido
Ze kocht een nieuwe jurk voor het feest.

