Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

5046 слів · сторінка 160 з 202

  • technologieB2

    технологія

    Nieuwe technologie verandert de arbeidsmarkt.

  • teenA1

    палець ноги

    Ik stootte mijn teen tegen de tafel.

  • tegelijkA2

    одночасно

    Praat niet allemaal tegelijk.

  • tegenargumentB2

    контраргумент

    Op dat tegenargument had hij geen antwoord.

  • tegensprekenB2

    суперечити

    Die cijfers spreken elkaar tegen.

  • tegenstellingB2

    протилежність, суперечність

    Er zit een tegenstelling in zijn verhaal.

  • tegenvallerB2

    неприємна несподіванка

    De rekening van de tandarts was een flinke tegenvaller.

  • tegenwerpingB2

    заперечення

    Hij had op elke tegenwerping een antwoord.

  • tegenwoordigA2

    нині

    Tegenwoordig werk ik vaker thuis.

  • tegoedA2

    залишок коштів

    Er staat nog tegoed op mijn kaart.

  • tekenenA2

    малювати

    Mijn dochter tekent graag.

  • tekstopbouwB2

    побудова тексту

    Let op de tekstopbouw van je betoog.

  • tekstschrijverB2

    копірайтер

    De tekstschrijver werkt freelance.

  • tekstsoortB2

    тип тексту

    Elke tekstsoort heeft eigen conventies.

  • telefonischB2

    телефоном

    U krijgt telefonisch bericht.

  • telefoonA1

    телефон

    Mijn telefoon is leeg.

  • telefoonabonnementB2

    тарифний план

    Mijn telefoonabonnement loopt maandelijks af.

  • telefoonafspraakB1

    домовленість про дзвінок

    We maken een telefoonafspraak voor donderdag.

  • telefoongesprekB1

    телефонна розмова

    Na het telefoongesprek was alles duidelijk.

  • telefoonnotitieB2

    запис телефонного повідомлення

    Ik heb een telefoonnotitie op je bureau gelegd.

  • teleurgesteldA2

    розчарований

    Hij was teleurgesteld in het resultaat.

  • teleurstellendB2

    розчаровуючий

    De opkomst was teleurstellend.

  • teleurstellingB2

    розчарування

    De uitslag was een grote teleurstelling.

  • televisieA1

    телевізор

    De televisie staat de hele dag aan.

  • tellenA1

    рахувати

    Kun je tot tien tellen in het Nederlands?