EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

425 woorden · pagina 13 van 17

  • snoeienB2

    to prune

    De struiken moeten gesnoeid worden.

  • solliciterenB1

    to apply for a job

    Ik heb op drie vacatures gesolliciteerd.

  • sparenA2

    to save (money)

    We sparen voor een nieuwe auto.

  • spelenA1

    to play

    De kinderen spelen in de tuin.

  • spijbelenB2

    to play truant

    Hij spijbelde twee weken lang.

  • sprekenA2

    to speak

    Spreekt u Nederlands?

  • springenA1

    to jump

    Hij sprong over de sloot.

  • staanA1

    to stand

    De auto staat voor het huis.

  • standaardiserenB2

    to standardise

    We willen de werkwijze standaardiseren.

  • starenB2

    to stare

    Zij staarde uit het raam.

  • stemmenB1

    to vote

    Bij de verkiezingen mag iedereen stemmen.

  • stofzuigenA2

    to vacuum

    Ik stofzuig één keer per week.

  • stoppenA2

    to stop

    Hij is gestopt met roken.

  • stovenB2

    to stew

    Laat het vlees twee uur stoven.

  • strevenB2

    to strive

    Wij streven naar een oplossing voor het eind van het jaar.

  • studerenB1

    to study

    Ik studeer elke avond twee uur.

  • sturenA1

    to send

    Ik stuur je vanavond een bericht.

  • tankenB1

    to refuel

    Ik moet nog even tanken.

  • tegensprekenB2

    to contradict

    Die cijfers spreken elkaar tegen.

  • tekenenA2

    to draw

    Mijn dochter tekent graag.

  • tellenA1

    to count

    Kun je tot tien tellen in het Nederlands?

  • terugbellenB1

    to call back

    Kunt u mij vanmiddag terugbellen?

  • terugbetalenA2

    to pay back

    Ik betaal je volgende week terug.

  • terugkomenA2

    to come back

    Hij komt volgende week terug.

  • thuisblijvenA2

    to stay at home

    Ik blijf vandaag thuis.