Woordenschat
Filters2
Onderwerpen
17 woorden · pagina 1 van 1
waarderenB2
to appreciate
Ik waardeer je eerlijkheid.
waarschuwenB1
to warn
Ik had je nog gewaarschuwd.
wachtenA2
to wait
Ik wacht al een half uur.
wandelenA1
to walk, to stroll
We gaan zondag wandelen.
wassenA2
to wash
Ik moet nog kleren wassen.
weerleggenB2
to refute
Dat argument is makkelijk te weerleggen.
weersprekenB2
to contradict
De feiten weerspreken zijn verhaal.
weggaanA2
to leave
Wanneer ga je weg?
weggooienA2
to throw away
Gooi het oude papier weg.
weigerenB1
to refuse
Hij weigerde het voorstel.
wensenB2
to wish
Wij wensen u veel beterschap.
werkenA1
to work
Zij werkt in een ziekenhuis.
wetenA1
to know (a fact)
Ik weet het niet.
willenA1
to want
Ik wil graag koffie.
wisselenA2
to change (money)
Kunt u dit briefje van vijftig wisselen?
wonenA1
to live, to reside
Wij wonen in Utrecht.
wordenA2
to become
Hij wil dokter worden.

