EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

43 woorden · pagina 2 van 2

  • vertrekkenA2

    to depart

    De trein vertrekt over vijf minuten.

  • verwachtenA2

    to expect

    We verwachten hem om zes uur.

  • verwerkenB1

    to process, to absorb

    Je moet de stof eerst goed verwerken.

  • verwijtenB2

    to reproach

    Zij verwijt hem zijn stilzwijgen.

  • verwijzenB2

    to refer

    De auteur verwijst naar eerder onderzoek.

  • verwoordenB2

    to put into words

    Hij kon zijn kritiek goed verwoorden.

  • verzamelenB1

    to collect

    Hij verzamelt oude postzegels.

  • verzoekenB1

    to request

    Wij verzoeken u het formulier te ondertekenen.

  • verzorgenB1

    to care for

    Zij verzorgt haar moeder thuis.

  • vindenA2

    to find; to think (of)

    Ik kan het niet vinden.

  • voelenA2

    to feel

    Ik voel me vandaag beter.

  • volhardenB2

    to persevere

    Zij volhardde in haar standpunt.

  • volhoudenB2

    to keep going

    Het is zwaar, maar hij houdt vol.

  • voorbereidenA2

    to prepare

    Ik bereid me voor op het examen.

  • voorkomenA2

    to occur; to prevent

    Dat probleem komt hier vaak voor.

  • voorstellenB1

    to propose; to introduce

    Mag ik een andere datum voorstellen?

  • voorzittenB2

    to chair

    Zij zal de vergadering voorzitten.

  • vragenA2

    to ask

    Mag ik iets vragen?