EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

21 woorden · pagina 1 van 1

  • radenA1

    to guess

    Raad eens wie ik zag!

  • rangschikkenB2

    to arrange, to rank

    Rangschik de zinnen in de juiste volgorde.

  • rapporterenB2

    to report

    Je rapporteert rechtstreeks aan de directeur.

  • reagerenB1

    to respond

    Hij heeft nog niet op mijn mail gereageerd.

  • recyclenB2

    to recycle

    Plastic kun je vaak recyclen.

  • regelenA2

    to arrange, to sort out

    Ik regel het morgen wel.

  • reizenA1

    to travel

    Ik reis elke dag met de trein.

  • rekenenA2

    to calculate

    Ik moet even rekenen hoeveel het kost.

  • relativerenB2

    to put into perspective

    Je moet die cijfers wel relativeren.

  • remmenB1

    to brake

    Bij regen moet je eerder remmen.

  • rennenA1

    to run

    De kinderen rennen door de tuin.

  • reorganiserenB2

    to reorganise

    De afdeling wordt volgend jaar gereorganiseerd.

  • reserverenB1

    to reserve, to book

    Je moet vooraf een plaats reserveren.

  • retournerenA2

    to return (goods)

    Je kunt het binnen 14 dagen retourneren.

  • rijdenA2

    to drive, to ride

    Hij rijdt elke dag naar zijn werk.

  • roepenA1

    to call, to shout

    Roep me als je klaar bent.

  • roerenA2

    to stir

    Blijf roeren tot de saus dik wordt.

  • rokenB1

    to smoke

    Roken is hier niet toegestaan.

  • roosterenB2

    to toast, to roast

    Rooster de noten even in de pan.

  • ruikenA2

    to smell

    Het ruikt hier lekker.

  • ruilenA2

    to exchange

    Kan ik deze jas ruilen?