EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

110 woorden · pagina 4 van 5

  • instantieB1

    authority, agency

    Neem contact op met de juiste instantie.

  • instaptariefB2

    introductory rate

    Het instaptarief geldt alleen het eerste jaar.

  • instemmingB2

    approval, consent

    Het voorstel kreeg brede instemming.

  • instructievideoB2

    instructional video

    Er is ook een instructievideo van drie minuten.

  • integendeelB2

    on the contrary

    Het werd niet beter, integendeel.

  • integratieB2

    integration

    Taal speelt een grote rol bij integratie.

  • integratiecursusB1

    integration course

    Hij volgt een integratiecursus bij de gemeente.

  • internetB2

    internet

    Bijna alles wordt tegenwoordig via internet geregeld.

  • interpretatieB2

    interpretation

    Er is meer dan één interpretatie mogelijk.

  • interpunctieB2

    punctuation

    Door foute interpunctie verandert de betekenis.

  • interviewB2

    interview

    Het interview duurde een half uur.

  • intolerantieB2

    intolerance

    Een intolerantie is iets anders dan een allergie.

  • intonatieB2

    intonation

    De intonatie bepaalt de betekenis.

  • intonatiepatroonB2

    intonation pattern

    Het intonatiepatroon van een vraag stijgt aan het eind.

  • invalshoekB2

    angle, perspective

    Elke krant koos een andere invalshoek.

  • inventarisatieB2

    stocktaking, inventory

    In januari volgt de jaarlijkse inventarisatie.

  • investeerderB2

    investor

    Het bedrijf zoekt een nieuwe investeerder.

  • investeringB2

    investment

    Deze investering verdient zich in vijf jaar terug.

  • investeringsrondeB2

    funding round

    De tweede investeringsronde leverde miljoenen op.

  • invloedB2

    influence

    Sociale media hebben veel invloed op jongeren.

  • inwerkperiodeB2

    induction period

    De inwerkperiode duurt zes weken.

  • inzamelingsactieB2

    fundraising drive

    De inzamelingsactie bracht tienduizend euro op.

  • inzetB1

    commitment, effort

    Zijn inzet voor het project was groot.

  • inzetbaarheidB2

    employability

    Bijscholing vergroot je inzetbaarheid.

  • ironieB2

    irony

    De ironie in zijn opmerking ontging haar.