Woordenschat
520 woorden · pagina 6 van 21
genezenA2
to heal, to cure
De wond is goed genezen.
gewichtB1
weight
Hij is de laatste tijd op gewicht gebleven.
gewondA2
injured
Bij het ongeluk raakte niemand gewond.
gewrichtB2
joint
Mijn gewrichten doen 's ochtends pijn.
gezichtA1
face
Was je gezicht met koud water.
gezichtsvermogenB2
eyesight
Het gezichtsvermogen wordt jaarlijks gecontroleerd.
gezondA2
healthy
Hij eet heel gezond.
gezondheidB1
health
Zorg goed voor je gezondheid.
gezondheidsadviesB1
health advice
Vraag je huisarts om gezondheidsadvies.
gezondheidsbeleidB2
health policy
Het gezondheidsbeleid richt zich meer op preventie.
gezondheidsbevorderingB2
health promotion
Gezondheidsbevordering begint op school.
gezondheidscentrumB1
health centre
In het gezondheidscentrum zitten meerdere huisartsen.
gezondheidscheckB1
health check
Mijn werkgever betaalt een jaarlijkse gezondheidscheck.
gezondheidsdoelB2
health goal
Minder roken is een nationaal gezondheidsdoel.
gezondheidseffectB2
health effect
Het gezondheidseffect van luchtvervuiling is aangetoond.
gezondheidsklachtB1
health complaint
Meld gezondheidsklachten altijd bij je huisarts.
gezondheidsmonitorB2
health monitor (survey)
De gezondheidsmonitor verschijnt elke vier jaar.
gezondheidsonderzoekB2
health research
Uit gezondheidsonderzoek blijkt een verband met leefstijl.
gezondheidsprogrammaB2
health programme
Het gezondheidsprogramma richt zich op bewegen.
gezondheidsrechtB2
health law
Het gezondheidsrecht regelt de rechten van patiënten.
gezondheidsrisicoB2
health risk
Roken vormt een groot gezondheidsrisico.
gezondheidsstatistiekB2
health statistics
De gezondheidsstatistiek laat regionale verschillen zien.
gezondheidstoestandA2
state of health
Zijn gezondheidstoestand is stabiel.
gezondheidsverschilB2
health disparity
De gezondheidsverschillen tussen wijken zijn groot.
gezondheidsvoorlichtingB1
health education
Scholen geven gezondheidsvoorlichting.

