EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

50 woorden · pagina 2 van 2

  • liefhebbenB2

    to love (deeply)

    Zij had haar vak oprecht lief.

  • nastrevenB2

    to pursue (a goal)

    Welk doel streef je precies na?

  • ontroerenB2

    to move (emotionally)

    Het verhaal ontroerde de hele zaal.

  • opbeurenB2

    to cheer up

    Een kaartje kan iemand echt opbeuren.

  • opgevenB2

    to give up

    Na drie pogingen gaf hij het op.

  • opluchtenB2

    to relieve

    De uitslag luchtte hem enorm op.

  • samenwonenB2

    to live together

    Zij gaan volgend jaar samenwonen.

  • slikkenB2

    to swallow

    Zij slikte even voordat ze antwoordde.

  • starenB2

    to stare

    Zij staarde uit het raam.

  • strevenB2

    to strive

    Wij streven naar een oplossing voor het eind van het jaar.

  • trillenB2

    to tremble

    Zijn handen trilden van de zenuwen.

  • troostenB2

    to comfort

    Ze troostte haar dochter na de uitslag.

  • twijfelenB2

    to doubt

    Ik twijfel nog over die opleiding.

  • verachtenB2

    to despise

    Hij veracht elke vorm van oneerlijkheid.

  • verafschuwenB2

    to abhor

    Hij verafschuwt elke vorm van geweld.

  • verbazenB2

    to astonish

    Zijn reactie verbaasde iedereen.

  • verblekenB2

    to turn pale

    Hij verbleekte toen hij het hoorde.

  • vergevenB2

    to forgive

    Zij heeft het hem nooit vergeven.

  • verheugenB2

    to look forward to

    Wij verheugen ons op uw komst.

  • volhardenB2

    to persevere

    Zij volhardde in haar standpunt.

  • volhoudenB2

    to keep going

    Het is zwaar, maar hij houdt vol.

  • waarderenB2

    to appreciate

    Ik waardeer je eerlijkheid.

  • wensenB2

    to wish

    Wij wensen u veel beterschap.

  • zuchtenB2

    to sigh

    Hij zuchtte diep en zei niets.

  • zwetenB2

    to sweat

    Van de spanning begon hij te zweten.