EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

34 woorden · pagina 1 van 2

  • daarA1

    there

    Daar staat mijn fiets.

  • daarnaA2

    after that

    Eerst eten we, daarna gaan we wandelen.

  • daarnaastA2

    in addition

    Daarnaast volg ik een cursus.

  • daaromA2

    therefore

    Het regende, daarom bleef ik thuis.

  • dagA1

    day

    Elke dag ga ik naar mijn werk.

  • dankjewelA1

    thank you

    Dankjewel voor je hulp.

  • dansenA2

    to dance

    Op het feest werd er gedanst.

  • deelA2

    part

    Het eerste deel van de cursus is klaar.

  • delenA1

    to share, to divide

    We delen de kosten samen.

  • denkenA1

    to think

    Ik denk dat het goed komt.

  • derdeA1

    third

    Wij wonen op de derde verdieping.

  • dertigA1

    thirty

    Ik ben dertig jaar oud.

  • dichtA1

    closed

    Op zondag zijn de winkels dicht.

  • dichtbijA1

    nearby

    De school is heel dichtbij.

  • dikA1

    thick, fat

    Trek een dikke jas aan.

  • dingA1

    thing

    Wat is dat voor een ding?

  • doeiA1

    bye

    Doei, tot morgen!

  • doekA1

    cloth

    Veeg de tafel af met een doek.

  • doelA2

    goal, aim

    Wat is het doel van deze cursus?

  • doenA1

    to do

    Wat doe je in het weekend?

  • doorA1

    through; by

    We liepen door het park.

  • doosA1

    box

    De boeken zitten in een doos.

  • dorpA1

    village

    Zij komt uit een klein dorp.

  • downloadenA2

    to download

    Download de app op je telefoon.

  • dragenA1

    to wear; to carry

    Hij draagt een zwarte jas.