Woordenschat
5 woorden · pagina 1 van 1
aanbiedenA2
to offer
Zij bood aan om te helpen.
aankomenA2
to arrive
Wij komen om acht uur aan.
aanpassenA2
to adapt, to adjust
Je moet je aanpassen aan de nieuwe regels.
aanrakenA2
to touch
Raak de hete pan niet aan.
antwoordenA2
to answer
Hij antwoordde niet op mijn vraag.

