Vocabulario
283 palabras · página 1 de 12
aanbiedenA2separableirregular
bood aan · boden aan · hebben aangeboden
ofrecer
Zij bood aan om te helpen.
zich aankledenA2separablereflexivo
kleedde aan · hebben aangekleed
vestirse
Ik kleed me snel aan en ga naar mijn werk.
aankomenA2separableirregular
kwam aan · kwamen aan · zijn aangekomen
llegar
Wij komen om acht uur aan.
engordar
Sinds de winter is hij vijf kilo aangekomen.
aanpassenA2separable
paste aan · hebben aangepast
ajustar, adaptar (algo)
We passen het rooster aan de vakantie aan.
zich aanpassenreflexivo
adaptarse
Je moet je aanpassen aan de nieuwe regels.
aanrakenA2separable
raakte aan · hebben aangeraakt
tocar
Raak de hete pan niet aan.
afrekenenA2separable
rekende af · hebben afgerekend
pagar (en caja)
Ik ga even afrekenen.
afwassenA2separableirregular
waste af · wasten af · hebben afgewassen
fregar los platos
Wie wast er vanavond af?
afzeggenA2separableirregular
zei af · zeiden af · hebben afgezegd
cancelar (una cita)
Ik moet de afspraak bij de tandarts afzeggen.
antwoordenA2
antwoordde · hebben geantwoord
responder
Hij antwoordde niet op mijn vraag.
appenA2
appte · hebben geappt
escribir por chat
Ik app je zodra ik op het station ben.
bakkenA2irregular
bakte · bakten · hebben gebakken
freír, hornear
Ik bak een ei voor het ontbijt.
bedankenA1
bedankte · hebben bedankt
agradecer
Ik wil je bedanken voor je hulp.
bedenkenA2irregular
bedacht · bedachten · hebben bedacht
idear, inventar
Wie heeft dit plan bedacht?
zich bedenkenreflexivo
cambiar de opinión
Hij wilde eerst mee, maar bedacht zich.
bedervenA2irregular
bedierf · bedierven · zijn bedorven
estropearse
Vlees bederft snel in de warmte.
bedoelenA1
bedoelde · hebben bedoeld
querer decir
Wat bedoel je precies?
beginnenA1irregular
begon · begonnen · zijn begonnen
empezar
De les begint om negen uur.
begrijpenA1irregular
begreep · begrepen · hebben begrepen
entender
Ik begrijp de vraag niet helemaal.
bekijkenA2irregular
bekeek · bekeken · hebben bekeken
contemplar, ver con atención
Wil je de foto's van de vakantie bekijken?
belevenA2
beleefde · hebben beleefd
vivir (una experiencia)
Iedereen beleeft zo'n dag anders.
bellenA1
belde · hebben gebeld
llamar (por teléfono)
Ik bel je vanavond na het eten.
bepalenA1
bepaalde · hebben bepaald
determinar
Jij mag bepalen waar we eten.
bereidenA2
bereidde · hebben bereid
preparar
Dit gerecht is makkelijk te bereiden.
bereikenA1
bereikte · hebben bereikt
alcanzar; contactar
Je kunt mij het beste per mail bereiken.
besluitenA2irregular
besloot · besloten · hebben besloten
decidir
We hebben besloten te verhuizen.
bestaanA1irregular
bestond · bestonden · hebben bestaan
existir
Zo'n regel bestaat hier niet.

