Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

444 palabras · página 9 de 18

  • motiverenB1

    motiveerde · hebben gemotiveerd

    motivar

    De docent weet studenten goed te motiveren.

  • nadenkenA2separableirregular

    dacht na · dachten na · hebben nagedacht

    reflexionar

    Ik moet er nog even over nadenken.

  • nakijkenA2separableirregular

    keek na · keken na · hebben nagekeken

    corregir

    De docent moet vanavond nog veertig toetsen nakijken.

  • navragenB1separableirregular

    vroeg na · vroegen na · hebben nagevraagd

    consultar, averiguar

    Ik zal het even navragen bij de gemeente.

  • negerenB1

    negeerde · hebben genegeerd

    ignorar

    Hij negeert al mijn berichten van deze week.

  • nemenA1irregular

    nam · namen · hebben genomen

    tomar

    Ik neem de trein van acht uur.

  • noemenA2

    noemde · hebben genoemd

    llamar, nombrar

    Hoe noem je dit ding in het Nederlands?

  • oefenenB1

    oefende · hebben geoefend

    practicar

    Je moet elke dag oefenen.

  • omgaanB1separableirregular

    ging om · gingen om · zijn omgegaan

    manejar, tratar (omgaan met)

    Hoe ga je om met stress op je werk?

  • onderhandelenB1

    onderhandelde · hebben onderhandeld

    negociar

    We onderhandelen nog over de prijs.

  • ondersteunenB1

    ondersteunde · hebben ondersteund

    respaldar, asistir

    De coach ondersteunt nieuwe medewerkers in hun eerste weken.

  • ondertekenenA2

    ondertekende · hebben ondertekend

    firmar

    Onderteken het contract onderaan.

  • onderzoekenA2irregular

    onderzocht · onderzochten · hebben onderzocht

    investigar

    Journalisten onderzoeken de zaak nog.


    examinar, reconocer (a un paciente)

    De huisarts onderzoekt haar knie.

  • ontbijtenA2irregular

    ontbeet · ontbeten · hebben ontbeten

    desayunar

    Wij ontbijten om zeven uur.

  • ontdekkenA2

    ontdekte · hebben ontdekt

    descubrir

    Ik ontdekte een fout in het formulier.

  • onthoudenA2irregular

    onthield · onthielden · hebben onthouden

    recordar, memorizar

    Ik kan die naam nooit onthouden.

  • ontmoetenA2

    ontmoette · hebben ontmoet

    conocer, encontrarse con

    Ik heb haar op een cursus ontmoet.

  • ontslaanA2irregular

    ontsloeg · ontsloegen · hebben ontslagen

    despedir

    Er worden dit jaar geen mensen ontslagen.

  • ontsnappenB1

    ontsnapte · zijn ontsnapt

    escapar

    Twee gevangenen zijn uit de gevangenis ontsnapt.

  • ontspannenB1irregular

    ontspande · ontspanden · hebben ontspannen

    relajarse

    In het weekend probeer ik te ontspannen.

  • ontstaanB1irregular

    ontstond · ontstonden · zijn ontstaan

    surgir, originarse

    Door de regen ontstonden er lange files.

  • ontvangenA1irregular

    ontving · ontvingen · hebben ontvangen

    recibir; acoger (visitas)

    Ik heb je bericht ontvangen.

  • ontwikkelenA1

    ontwikkelde · hebben ontwikkeld

    desarrollar (algo)

    Het bedrijf ontwikkelt een nieuwe app.


    zich ontwikkelenreflexivo

    desarrollarse

    Kinderen ontwikkelen zich in hun eigen tempo.

  • opbellenA2separable

    belde op · hebben opgebeld

    llamar por teléfono

    Ik bel je morgen op.

  • opbergenA2separableirregular

    borg op · borgen op · hebben opgeborgen

    guardar (en su sitio)

    Berg je spullen op in de kast.