Vocabulario
430 palabras · página 9 de 18
de lesA1
clase, lección
De les Nederlands begint om negen uur.
de letterA1
letra
Schrijf je naam met grote letters.
levenA1
leefde · hebben geleefd
vivir
Mijn opa leeft nog en is al negentig jaar.
het leven
vida
Het leven hier is heel anders.
het lichaamA1
cuerpo
Beweging is goed voor je lichaam.
het lichtA1
luz
Doe het licht even aan.
ligero; claro
Deze jas is heel licht, ideaal voor de zomer.
de limonadeA1
refresco
De kinderen krijgen limonade.
de lipA1
labio
Mijn lippen zijn droog van de kou.
de longA1
pulmón
Roken is slecht voor je longen.
de luciferA1
cerilla
Heb je een lucifer?
de lunchA1
almuerzo
De lunch is om half een.
de maagA1
estómago
Ik heb last van mijn maag.
de maandA1
mes
Volgende maand ga ik op vakantie.
de maandagA1
lunes
Op maandag begin ik om negen uur.
maartA1
marzo
De cursus start in maart.
de mamaA1
mamá
Mama, mag ik vanmiddag bij mijn vriendin spelen?
de manA1
hombre
Die man werkt in de winkel.
marido
Haar man haalt de kinderen van school.
de manierA1
manera
Dat is een handige manier om te oefenen.
het matrasA1
colchón
Dit matras is te zacht voor mij.
het meelA1
harina
Voor dit recept heb je meel nodig.
meerA1
más
Ik heb meer tijd nodig.
het meer
lago
In de zomer zwemmen we in het meer.
meiA1
mayo
Mijn verjaardag is in mei.
het meisjeA1
chica
Het meisje speelt buiten.
de melkA1
leche
Wil je melk in je koffie?
de meneerA1
señor
Goedemorgen meneer, kan ik u ergens mee helpen?
de mensA1
persona
Hij is een aardig mens.

