Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
1493 palabras · página 8 de 60
briefA1
carta
Ik heb een brief van de gemeente gekregen.
briefkaartB1
postal
Ik stuurde een briefkaart uit Spanje.
briefopbouwB1
estructura de la carta
Let op de briefopbouw: aanhef, kern, afsluiting.
briefstijlB1
estilo epistolar
De briefstijl is hier formeler dan in mijn land.
briefwisselingB1
correspondencia
De briefwisseling met de gemeente duurde maanden.
brievenbusA1
buzón
Er zit post in de brievenbus.
brilA1
gafas
Zonder bril zie ik niets.
broekA1
pantalón
Deze broek is te lang.
broerA1
hermano
Mijn broer woont in België.
broodA1
pan
Ik eet elke ochtend brood.
brugA2
puente
De brug is open voor een boot.
brugopeningB1
apertura del puente
Door de brugopening stond het verkeer stil.
bruinA1
marrón
Ik eet liever bruin brood.
budgetA2
presupuesto
Mijn budget voor deze maand is op.
budgetplanningB1
planificación del presupuesto
Met goede budgetplanning kom je beter uit.
buikA1
barriga
Ik heb buikpijn.
buikpijnA2
dolor de barriga
Het kind heeft buikpijn.
buitenlampA1
luz exterior
De buitenlamp gaat automatisch aan.
buitenruimteA2
espacio exterior
De woning heeft geen buitenruimte.
buitensportB1
deporte al aire libre
Buitensport is gezond, ook in de winter.
burenA2
vecinos
Onze buren zijn erg vriendelijk.
burgerhulpB1
asistencia al ciudadano
Voor burgerhulp kun je bij het loket terecht.
burgerinitiatiefB1
iniciativa ciudadana
Het burgerinitiatief kreeg veel handtekeningen.
burgerplichtB1
deber ciudadano
Belasting betalen is een burgerplicht.
burgerrechtB1
derecho ciudadano
Stemmen is een burgerrecht.

